H 27. Robinson Crusoe, Daniel Defoe, Naverteld door MJ Ruissen + gratis Schippersboek

H 27. Robinson Crusoe, Daniel Defoe, Naverteld door MJ Ruissen + gratis Schippersboek
Model: 9789461151124
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 14,95
Excl. BTW: EUR 14,95
Aantal:  

Titel: Robinson Crusoe

Auteur: Daniel Defoe

Naverteld door M.J. Ruissen, gebaseerd op de P. de Zeeuwserie Oud Goud, door Dr. G.S. Jolmers

ISBN: 9789461151124

Verschijningsdatum: op 21 maart 2018 verschenen

Historische jeugdverhalenserie: deel 27

Omvang: 162 pagina’s gebonden

Losse verkoopprijs: 14,95

Abonnementsprijs: 9,95

Actie t/m eind april: gratis Schippersboek. U kunt kiezen uit de delen 13 t/m 47. Dit cadeau wordt alleen op aanvraag in combinatie met Robinson u toegezonden. 

 

 

 

Robinson Crusoe ontvlucht de kantoorbaan die zijn vader hem had opgedrongen en kiest het ruime sop. Al gauw vergaat het schip en hij wordt maar op het nippertje gered. Terug in Engeland monstert hij opnieuw aan op een schip dat naar Afrika vertrekt. Voor de kust van Guinée wordt hij gevangengenomen door een Turkse kapitein. Hij ontsnapt en wordt opgepikt door een Portugees schip, waardoor hij in Brazilië terechtkomt. Dat schip verongelukt op een klip net voor de kust van Zuid-Amerika. Als enig overgebleven drenkeling slaagt hij erin om te overleven op een onbewoond eiland. Robinson maakt daarbij gebruik van allerlei spullen die hij uit het vergane schip heeft kunnen redden. Lang is hij de enige bewoner op het eiland. Hij gaat geiten houden en verbouwt gerst. Maar door de ontdekking van een voetafdruk krijgt hij de schrik van zijn leven. In de Bijbel vindt hij steun. Hij ontdekt dat er kannibalen op het strand komen en daarna weer weggaan. Hun slechte praktijken kan hij niet verdragen en hij slaagt erin om een gevangene uit de handen van de menseneters te redden. Deze inboorling wordt zijn vriend.

Wanneer plotseling een Engels schip voor het eiland verschijnt, kan de thuisreis worden aanvaard. Hij verlaat het eiland, maar is van plan om er later weer terug te keren.

  1. Robinson wil naar zee

Ik werd geboren te York in het jaar 1632. Mijn vader was een rijke koop­man geweest en leefde nu van het geld, dat hij met zijn han­del verdiend had. Hij kwam eigenlijk uit de Duitse stad Bremen en heette Kreutznaer. Maar de Engelsen hadden moeite om die naam goed uit te ­spreken. Daarom noemden zij hem altijd ‘Crusoe’. In York leerde mijn vader mijn moeder kennen. Zij kwam uit een voorname familie, de Robinsons. Toen ik geboren werd kreeg ik als voornaam de achternaam van mijn moeder en noemden ze mij Robinson Crusoe.

 

Niet ver van ons huis, in een nauwe straat, staat het kantoor van een van vaders vrienden, waar ik als bediende werkzaam ben. Het is een groot, somber gebouw. Elke morgen als de zware deur van dat kantoor achter me dichtvalt, krijg ik het gevoel dat ik in een gevangenis opgesloten zit. Stil schuif ik op mijn hoge kruk achter de les­senaar; daar moet ik een lange rij getallen optellen. Maar telkens vergis ik mij in het maken van de sommen en moet ik opnieuw met cijferen beginnen. Ook schrijf ik handelsbrieven over, waarbij ik voortdurend fouten maak. Kortom: ik heb het helemaal niet naar mijn zin in mijn kantoorbaan en tel hoeveel uren het nog duurt voor ik weer weg mag.

Waarom ik toch elke keer daar ga zitten? Ja, dat komt door mijn vader. Die wil per se dat ik handelsman word, net als hij vroeger is geweest. Hij had het altijd heel prettig gevonden om koopman te wezen en hij was er rijk mee geworden. En nu meen­t hij dat ik daar langzamerhand ook wel aardigheid in zal gaan krijgen. Daarom had hij me naar een handelskantoor gestuurd.

Maar ik heb er geen plezier in en leren doe ik heel weinig. Ik kan me daar niet goed concentreren. Mijn gedachten gaan alle kanten op, behalve naar mijn werk. Het sombere gebouw, de donkere vertrekken benauwen me alleen maar.

Ik kan niet stilzitten op mijn kantoorkruk. Urenlang in dezelfde houding zitten, staat mij tegen. Ik wil eruit, weg – naar zee. Verre reizen wil ik maken, naar vreemde landen. Ik wil avonturen beleven! ’s Avonds lees ik er stiekem over, want mijn vader wil er niet van weten dat ik zeeman wil worden. ’s Nachts droom ik ervan. Overdag en tijdens mijn werk zit ik eraan te denken. Als er brieven binnenkomen uit overzeese landen, bekijk ik ze nieuwsgierig en denk: Kon ik daar eens heen reizen!

Nee, leren doe ik niet veel! Ik ben al 18 jaar, zit nu al drie jaar op het kantoor en de jongste bediende maakt minder fouten en doet meer werk dan ik. Mijn baas, vaders vriend, is zeer ontevreden over me. Dikwijls heeft hij me al herhaaldelijk gewezen op mijn slordigheid en gezegd dat ik lui ben en onverschillig. Hij heeft geklaagd bij vader en ik heb straf gekregen. Maar geholpen heeft dat niets. Wel vind ik het vervelend dat mijn ouders verdriet over mij hebben, maar slecht vind ik mezelf toch niet. Want wat ben ik van plan om mijn best te doen, als ik ooit mijn zin krijg en op reis kan gaan!