Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Omzien in coronatijd, Willy Lagen-van 't Sant

Omzien in coronatijd, Willy Lagen-van 't Sant
Model: 9789461151971
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 5,00
Excl. BTW: EUR 5,00
Aantal:  

Omzien in coronatijd

Vijf warme verhalen in deze soms kille tijd

 

Willy van Lagen-van ’t Sant

 

Arie voelt zich in coronatijd als weduwnaar vaak alleen. Gelukkig komt Wim, zijn zoon, regelmatig bij hem op bezoek. Zeker nu zijn dochter Esther niet uit haar huis mag, in verband met een corona-uitbraak, wordt dat dubbel op prijs gesteld. Er is bij hem een lege stoel …

Maar ook is het mooi te merken dat buren in deze coronatijd naar elkaar omzien. Het is daarom positief dat Harm, Aries kleinzoon, de overbuurman een handje helpt bij het onderhoud van zijn tuin. Dat geeft gezelligheid en een goede band onderling.

 

Steeds valt het in deze bundel op dat ouderen behoefte hebben om over vroeger te vertellen. Daar is volop gelegenheid voor als hierin de opgenomen gespreksvragen aan de orde komen. Bedoeld om de band tussen ouderen en jongeren te verstevigen.

 

Deze brochure is een mooi cadeau voor opa’s, oma’s, oudere ooms en tantes. Een originele verrassing, nu we elkaar minder zien en behoefte aan contact er toch steeds is. In plaats van een mooie kaart kunt u dit cadeauboekje gemakkelijk verzenden met de erbij ingesloten passende envelop.

 

 

  1. Bij de buren om de koffie in coronatijd

 

Tineke kijkt op van haar breiwerk. Acht uur al. ‘Koffietijd, Evert.’

‘Nou, lekker, de krant heb ik al uit.’

Ring, daar gaat de telefoon. Evert pakt hem al. ‘Hé Arie. Tuurlijk man, tot zo ... Nou, ik ben benieuwd ... We zien het wel.’

Arie is de overbuurman. Een halfjaar geleden is zijn vrouw overleden. Het begon met wat hoesten. Dat werd longontsteking. Ze slikte al medicijnen voor haar hart. En binnen een maand is hun lieve, opgewekte buurvrouw overleden. Arie moet alleen verder. In het weekend komt Esther, zijn dochter, thuis. Esther heeft het syndroom van Down. Ze woont samen met anderen in een mooi groot huis aan de andere kant van het dorp. Wat is ze dapper, die lieve Esther. Ze wil alles voor haar vader doen.

‘Zal ik bij jou komen wonen, papa?’ vraagt ze regelmatig.

‘Nee hoor, blijf jij maar bij je vrienden’, zegt haar vader dan.

De achterdeur zwaait open. ‘Ha buurvrouw, ’t is fris buiten.’

Arie zet z’n klompen op de mat bij de achterdeur. Hij houdt een bruine tas omhoog. ‘De leiding van Esther kwam dit langsbrengen’, zegt hij opgewekt.

‘Neem het maar mee naar de woonkamer.’

Evert heeft net de krant uit. Arie pakt eerst een grote envelop uit de tas. Er zit een kaart in. Helemaal volgeschreven.

 

Lieve buurman Evert en buurvrouw Tineke,

Ik mag niet naar mijn werk. Dat komt omdat er corona is. En nu heeft Ria die bij mij in huis woont, ook corona. Nu moeten we allemaal thuisblijven. Zaterdag mag ik ook niet naar papa. Erg, hè? Mag papa dan bij jullie koffiedrinken? Samen met de leiding heb ik wat gebakken. Voor jullie. De leiding mag wel naar buiten en brengt het dan bij papa. Nu moet ik stoppen want de kaart is helemaal vol.

Groetjes Esther

 

‘Ah, wat lief van haar. Wat akelig, die corona. Als Esther het maar niet krijgt.’

Tineke kijkt haar buurman ernstig aan.

‘Geen zorgen voor morgen’, zegt Evert. ‘Wat zit er nog meer in de tas?’

Trots haalt Arie er een rechthoekig pakje uit. Hij zet het op tafel. Er zit een grote witte handdoek omheen. Dan nog een rood geblokte theedoek. Evert ruikt het al. Heerlijk, versgebakken cake. Hij is goudgeel en mooi gerezen.

‘Ja, die Esther, die kan er wat van’, glundert Arie.

‘Eens kijken of ik hem er heelhuids uit krijg’, zegt Tineke. ‘Maakt niet uit, smaakt toch wel, of niet, buurman?’

Arie wrijft over zijn buik. Je kunt wel zien dat hij van de baksels van z’n dochter geniet.

Even later staan er drie dampende kopjes koffie en drie schoteltjes met cake op tafel. Achtendertig jaar is Esther van de zomer geworden. Drie jongens hadden ze al. En toen de jongste tien jaar was, kwam Mientje ’s morgens de keuken in.

‘Buurvrouw, nu kom ik toch wat vertellen, je raadt het nooit.’

‘Iets met de jongens, Mientje, of met Arie?’

‘Nee, dat niet. Ik verwacht weer een kleintje.’

Tineke weet nog dat ze even een scherpe steek in haar maag voelde. Bij Mientje nog een kindje. Evert en Tineke zijn nooit vader en moeder geworden. Maar toen ze naar buurvrouw Mientjes stralende ogen keek, veranderde de steek in een warm gevoel.

‘Als ’t nodig is, breng je de jongens maar hier, buurvrouw, of ik kom naar jou toe.’ En zo is het gegaan. Vooral Wim, de jongste van de drie jongens, is veel bij Evert en Tineke geweest. Soms viel hij op de bank in slaap. Vlug liep Evert dan naar de overkant en vertelde dat Wim al met z’n duim in z’n mond in dromenland was.

Dan keken Mientje en Arie elkaar aan. ‘Zullen we dan z’n pyjama en tandenborstel maar pakken?’

‘Prima, dan zien jullie hem morgen in de loop van de dag wel weer verschijnen’, was steevast het antwoord van Arie.

Nu hebben de jongens alle drie al kinderen.

‘Hoe is het met Wim, buurman?’ vraagt Evert, terwijl hij het laatste stukje cake in zijn mond stopt.

‘Hij is druk. Overdag als hovenier bij z’n baas en ’s avonds nog allerlei tuintjes in het dorp die hij onderhoudt. Harm, hun jongste, lijkt op z’n vader. Hij is veertien en heeft al twee tuintjes die hij op zaterdag gaat schoffelen. Maar ik moet gaan, mensen. Waar is het bakblik, dan breng ik het terug.’

Arie loopt al naar de keuken. ‘Dat hoeft niet, buurman. Ik maak het schoon en breng het er morgen heen.’

Stil bedenkt Tineke een plan. Tien soesjes zal ze erin doen, voor elke bewoner één. Morgenochtend, net voor koffietijd.

 

Om over door te denken of te praten:

  • Beter een goede buur dan een verre vriend. Hebt u daar ook ervaring mee?
  • Kent u mensen in uw omgeving met het syndroom van Down?