Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Er kan wegens corona ook besteld worden en opgehaald op afspraak

Naar DeRamshoorn.nl

Leer uw kind, C. de Bode

Leer uw kind, C. de Bode
Model: 9789076466521
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 12,95
Excl. BTW: EUR 12,95
Aantal:  
Leer uw kind, C. de Bode

Leer uw kind

C. de Bode

Uitgebreidere editie

Overzichtelijke weergave complete vraag en antwoord, bewijstekst (voor gr. 8 ook in het Engels), 8 eenvoudige vragen en antwoorden, verklaring moeilijke woorden. Achterin: huiswerkoverzicht af te stemmen per leerling.

Op steeds meer scholen zeer in trek!

 

Het is op veel scholen een goede gewoonte om in de groepen 7 en 8 elke week een vraag van de Heidelbergse Catechismus te leren. Ook is er behoefte om in de catechisatielessen of thuis deze leerstof zo eenvoudig en overzichtelijk mogelijk aan te bieden. Vandaar deze methode in de vorm van eenvoudige vragen- en antwoorden, die C. de Bode samenstelde.

We vatten de opzet kort samen:

1. De stof is verdeeld over 80 lessen, te verdelen over 2 leerjaren

2. Iedere les biedt:

a. één catechismusvraag met een overzichtelijke weergave van het complete antwoord daarop.

b. indien de ruimte het toelaat één bewijstekst. In deel 2 (bedoeld voor groep 8) is de Engelse vertaling van de tekst opgenomen.

c. 7 of 8 eenvoudige vragen en antwoorden van C. de Bode.

3. Huiswerkoverzicht achterin. De leerling krijgt per week op wat ze leren moeten

Ds. D.W. Tuinier schreef het voorwoord.

 

Les 2. De enige troost ll                                       Zondag 1                                                      

 

Vraag 1:

Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven?

Antwoord 1:

Dat ik met lichaam en ziel,

beide in het leven en sterven,

niet mij, maar mijns getrouwen Zaligmaker, Jezus Christus eigen ben,

Die met Zijn dierbaar bloed

voor al mijn zonden volkomen betaald

en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft,

en alzo bewaart*, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader

geen haar van mijn hoofd vallen kan, /

ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet;

waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest

van het eeuwige leven verzekert,

en Hem voortaan te leven

van harte willig en bereid maakt.

 

*Johannes 10:28:

‘En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.’

 

Eenvoudige vragen:                                                           

1. Wat is de grote troost voor Gods kinde­ren? 1. Dat zij het eigendom van Jezus Chris­tus zijn.

2. Geldt deze troost alleen in dit leven? 2. Nee, zowel in leven als in sterven.

3. Is er buiten deze troost nog een andere troost te vinden? 3. Nee, het is de enige troost voor Gods kinderen.

4. Waarmee heeft de Heere Jezus voor de zonden van Zijn kinderen betaald? 4. Met Zijn dierbaar bloed.

5. Wanneer en waar is dat gebeurd? 5. Tijdens Zijn hele leven op de aarde, maar vooral aan het einde van Zijn leven in Getsemané en op Golgotha.

6. Wat mogen Gods kinderen nog meer weten? 6. Dat zonder de wil van hun hemelse Vader geen haar van hun hoofd vallen kan.

7. Gaat het een kind van God altijd voor­spoedig? 7. Nee, alle dingen, ook tegenspoeden, moeten dienen tot hun zaligheid.

8. Wie werkt de verzekering van het eeuwige leven in het hart? 8. De Heilige Geest

 

Les 3. De drie stukken  Zondag 1, 2                                                  

 

Vraag 2:

Hoeveel stukken zijn u nodig te weten, opdat gij in dezen troost zaliglijk leven en sterven moogt?

Antwoord 2:

Drie stukken.

Ten eerste, hoe groot mijn zonden en ellende zijn*.

Ten andere, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost worde.

En ten derde, hoe ik Gode voor zulke verlossing zal dankbaar zijn.

 

Vraag 3:

Waaruit kent gij uw ellende?

Antwoord 3:

Uit de wet van God.

 

*Romeinen 3:20:

‘Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.’   

 

Eenvoudige vragen:                            

1. Hoeveel stukken moet Gods kind leren kennen? 1. Drie nl. ellende, verlossing en dankbaarheid.

2. Waaruit kent gij uw ellende? 2. Uit de wet Gods.

3. Wat betekent ellende eigenlijk? 3. Uitlandig, ballingschap, narigheid.

4. Wanneer en waar is de ellende begon­nen? 4. Bij de zondeval[1] in het Paradijs.

5. Wat is er bij de zondeval gebeurd? 5. Toen heeft de mens de satan geloofd en God tot een leugenaar gesteld.

6. Met welk doel heeft God ons dan ge­schapen? 6. Dat we onze ellende niet kennen en niet voelen.

7. Wat betekent het woord zondaar? 7. Doelmisser.

8. Met welk doel heeft God ons geschapen?[2] 8. Om Hem te loven en te prijzen.

 


 

Les 4. De eis van de wet                                      Zondag 2                                                      

 

Vraag 4:

Wat eist de wet Gods van ons?

Antwoord 4:

Dat leert ons Christus in één hoofdsom,

in Mattheus 22:37-40:

‘Gij zult liefhebben de Heere uw God

met geheel uw hart en met geheel uw ziel

en met geheel uw verstand, en met geheel uw kracht.

Dat is het eerste en het grote gebod.

En het tweede, aan dit gelijk, is:

Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten*.’

 

*Deuteronomium 6:5:

‘Zo zult gij den HEERE uw God liefhebben, met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen.’

 

Eenvoudige vragen:

1. Wat staat er in de Wet van God? 1. Dat ik Hem moet liefhebben boven alles en mijn naaste als mijzelf.

2. Wie heeft ons dat geleerd? 2. Christus.

3. Wat is het eerste en grote gebod? 3. Liefde tot God.

4. Hoe moeten we God liefhebben? 4. Met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en met al onze krachten.

5. Wat eist God in de tweede plaats? 5. Liefde tot de naaste.

6. Wie is onze naaste? 6. Dat is íedereen, zoals de Heere Jezus ons geleerd heeft in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

7. Welke van deze twee geboden is het grootst? 7. Ze zijn aan elkaar gelijk.

8. Kunnen wij gehoorzaam zijn aan de Wet van God? 8. Nee, want wij zijn van nature geneigd God en onze naaste te haten.


&