Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Kerstfeest in coronatijd, Jannie J. van Belzen-Poortvliet

Kerstfeest in coronatijd, Jannie J. van Belzen-Poortvliet
Model: 9789461151940
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 5,00
Excl. BTW: EUR 5,00
Aantal:  

KERSTFEEST IN CORONATIJD

Jannie J. van Belzen-Poortvliet

Deze kerstbundel biedt een tweetal mooie kerstverhalen en een kort kerstgedicht. Het tweede verhaal is op de coronatijd afgestemd. Geschikt als verhaal voor de aanstaande Kerstviering.

De auteur schreef eerder het oorlogsverhaal ‘Een goede buur, een verre vriend’, waarin het trauma van de Jodenvervolging een plaats heeft.

1. Ruzie om een parkeerplaats

Het inkopen doen van de kerstaankopen in de stad verloopt niet vlekkeloos. De moeder van Bob krijgt ruzie om een parkeerplek. Wanneer blijkt dat ze nog niet aan de beurt was, schaamt ze zich dubbel. Graag wil ze het goedmaken. Maar gaat dat nog lukken?

2. Gedicht: Kerstfeest in coronatijd

Gedicht over het vieren van Kerst van moeder in het verpleeghuis in de coronatijd.

3. De verzoening

Evelien is onderweg naar het verpleeghuis, waar haar moeder opgenomen is. Daar hoopt ze haar halfzus An aan te treffen, die speciaal uit Canada gekomen is om haar moeder op te zoeken. Er is in haar leven veel verkeerd gegaan. Van haar kant is er veel wrok. Kan er ooit verzoening komen?

 

De verzoening

Hoort ze nu toch iets? Of… komt het geluid van buiten? Evelien plukt een denkbeeldig pluisje van haar donkergrijze rok. Ze heeft nieuwe kleren gekocht, speciaal voor vandaag. Is het niet net iets te chique? Enfin, nu heeft ze gelijk iets nieuws voor de kerstdagen. Evelien kijkt in de spiegel, zit haar haar goed? Nu nog een vleugje parfum. Ze kijkt op haar horloge en schrikt: is het al zo laat? Nu moet ze zich nog haasten ook. Snel grijpt ze haar tas van de sidetable in de hal en sleept gelijk de fles parfum mee. Maar die spat in honderd stukjes uiteen op de tegelvloer. ‘Ook dat nog!’ fluistert ze. ‘Nu is Marco vast wakker geworden.’

Even later gaat de deur een klein eindje open; daar staat haar man. ‘Evelien, ben je nu nog niet weg? Wat was dat voor een lawaai? En wat een lucht hier.’ ‘O Marco, alles loopt mis vanmorgen, en nou heb ik jou ook nog wakker gemaakt.’ ‘Is niet erg. Bij zoiets belangrijks hoef ik heus niet uit te slapen.’ Marco kijkt zijn vrouw aan en blikt in haar grote onzekere ogen; hij schudt langzaam zijn hoofd. ‘Evelien, het lijkt wel of je een metamorfose bent ondergaan. Wat heb je gedaan? Ben je daarom zo laat? Waarom doe je dat?’ ‘Marco’, kreunt ze, ‘ze zal er zo op z’n Amerikaans uitzien, en ik, ik ben zo gewoon.’ Marco pakt een tissue en vraagt: ‘Mag ik?’ Ze knikt, en liefdevol veegt hij de make-up van haar gezicht af. ‘Zo, nu ben je weer mijn eigen Evelien. En nu heb ik nog iets voor straks! Zul je niet vergeten wat je moeder je steeds voor ogen heeft gehouden? Probeer je eigen gevoelens voor je te houden, blijf jezelf en laat het verleden rusten.’

Marco neemt haar gezicht tussen zijn handen en kust haar teder. ‘Lieve Evelien, ga met de God van de Bijbel!’ Even blijft het stil. Weer kijkt Evelien op haar horloge en zegt zuchtend: ’Marco, dat haal ik nooit meer.’ ‘Nee, natuurlijk niet, heb je al eens naar buiten gekeken?’ ‘Naar buiten?’ ‘Ja, naar buiten.’ Evelien kijkt door het glas-in-loodraampje van de hal. ‘Is het nu zo mistig geworden?’ Verslagen blijft ze staan kijken. ‘Hoor of lees je niets meer door deze affaire, waardoor je zelfs het weerbericht gemist hebt?’ Evelien zucht schuldbewust. Marco krijgt medelijden met zijn vrouw en zegt: ‘Kom, ik breng je wel; ik heb toch late dienst. Volgens mij ben jij nauwelijks in staat om te rijden, en zeker met die mist is het gevaarlijk. Ik kleed mij zo snel mogelijk aan, haal jij alvast de auto uit de garage.’

‘Nee, nee, ik rij veel liever zelf. Ik kan de weg naar het verpleegtehuis wel dromen. Die mist trekt straks heus wel op. Ik ben nu toch al te laat. Wie weet, is An ook wat later door de mist.’ Marco kijkt met een bezorgde blik naar zijn vrouw en denkt: ik ben benieuwd of deze missie zal slagen en niet met knallende ruzie zal eindigen. Zijn Evelien kan soms weleens scherp zijn. Vooral als het om haar moeder gaat, sinds de uitbraak van de coronacrisis zijn heeft zijn vrouw een kort lontje gekregen. Arme moeder, ze zit straks tussen twee vuren. ‘Vergeet dat boeket nu niet! Heb je een mondkapje in je tas? Denk aan de anderhalve meter, Evelien, ook nu!’ ‘Jaja, Marco, de afstandsregels heb ik zo langzaamaan goed in mijn hoofd zitten. Die vergeet ik heus niet. En daar heb ik straks bij die An echt geen moeite mee. Ik omhels veel liever mijn eigen lieve moedertje, maar dat mag nu helaas niet.’ 


[1] Smalle kast, buffet