Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Hulp in benauwdheden, Uit het leven van de Yersekse dwangarbeider H. Nieuwenhuize

Hulp in benauwdheden, Uit het leven van de Yersekse dwangarbeider H. Nieuwenhuize
Model: 9789076466873
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 24,95 EUR 14,95
Excl. BTW: EUR 14,95
Aantal:  

Hulp in benauwdheden H. Nieuwenhuize

Hubrecht Nieuwenhuize moet in de oorlog Yerseke verlaten om als dwangarbeider in het Ruhrgebied te gaan werken. Hij mag wonderlijk gespaard blijven.

9789076466873

Van 24,95 voor 6,95

Voorwoord ds. C. van Krimpen

Hulp in benauwdheden is de titel van dit boek, dat ons een beeld geeft van een waargebeurde geschiedenis uit de bange oorlogsjaren 1940-1945. De schrijver zelf tekent aan dat er plaatsen zijn waar gedenkwaardige stenen lagen. Het zijn herinneringen van Gods bewaring, hulp en leiding in gevaren.  ‘Plaatsen die ik nooit vergeten mocht, maar ook nooit vergeten kon’.

De schrijver neemt ons mee in moeilijke omstandigheden en ook grote zorgen omtrent de bange oorlog en haar jammerlijke gevolgen.  Benauwde ervaringen maar ook veel uitreddingen en onderhoudingen worden ons beschreven.

De auteur wijst de lezers echter ook heen naar de ware Hulp in alle benauwdheden.

Ik laat hem zelf aan het woord: ‘Wel acht ik ze driewerf gelukkig, die hier op aarde in hun leven de vernieuwing des harten uit genade mogen deelachtig worden. Dan komt de dood nooit zo onverwacht, of wij kunnen ook sterven.’

Och, dat het alles ook ons deel mocht worden, de Troost in leven en sterven. In dit boek wordt een gouden draad van Gods bewarende genade beschreven. Moeilijke en zware momenten, zoals het afscheid nemen van hen die hem lief waren. In het bijzonder van zijn geliefde moeder, die hij na al de omzwervingen bij zijn thuiskomst niet meer heeft gezien, daar ze ruim een maand voor zijn thuiskomst is overleden. Wie zal zijn smartelijke teleurstelling kunnen peilen, die hem toen overkwam?

Het is een makkelijk leesbaar boek. Van harte willen wij dit boek aanbevelen. Dat na dit lezen het nageslacht en ook de lezers zich zouden haasten om huns levens wil. En zij en wij in alle waarheid Psalm 143:11 mochten zingen.

 

Laat Uwe gunst mij niet begeven.

Schenk mij, om Uwes naams wil, leven.

Laat mijne ziel, die tot u schreit,

Van haar benauwdheid zijn ontheven,

Red mij om Uw gerechtigheid.

 

Ter inleiding

 

Vaak heb ik bij het overdenken en schrijven van de navolgende geschiedenis gedacht aan het volk van Israël tijdens hun verdrukking in Egypte. Wat zullen zij uitgezien hebben naar de dag, waarop zij verlost zouden worden van de knellende banden van Farao.

Maar toen zij na hun ontkoming aan de oevers van de Schelfzee het lied van hun overwinning zongen, wisten zij niet dat hun nog een lange, harde woestijnreis wachtte. In korte tijd hadden ze in Kanaän kunnen zijn, maar zo was de wil des Heeren niet. Er staat: ‘De Heere leidde het volk om.’ Eerst zouden zij nog een lange omweg moeten gaan met vele bittere ervaringen, voordat zij het beloofde erfdeel in bezit zouden kunnen nemen. Veel van deze ervaringen zijn ook ons deel geweest.

Als weerlozen werden we door de vijand gedwongen om ons vaderland te verlaten om in een vreemd en vijandig land te gaan werken. We zaten dicht bij de vaderlandse grens. Daarom hadden we altijd hoop dat, als daar eenmaal de bevrijders zouden komen, we binnen korte tijd weer als vrije mensen huiswaarts zouden kunnen gaan. Het zou voor ons echter een lange omweg worden, voordat het zover mocht zijn.

In plaats van terug naar huis, werden we weggevoerd over onbekende wegen met veel gevaar, honger en kou. Wel meer dan 300 kilometer ver werden wij het land van de vijand binnen gevoerd, voordat wij op de plaats kwamen waar het uur van onze bevrijding zou slaan. Over de bijna eindeloze wegen moesten wij ook vele ‘Mara’s’ passeren. Als het ware van alles verlaten moest ik in ballingschap ellendig omzwerven. Omdat ik geen onderdak had, wist ik niet of er voor mij ’s avonds een rustplaats voor de nacht te vinden zou zijn.

Gelukkig waren er ook ‘Elims’ op onze weg, plaatsen waar ik me verkwikken en rusten mocht. Daar kon ik even op adem komen en mijn wonden verzorgen, totdat de dag van de bevrijding aanbrak. Toen werden eindelijk de knellende banden verbroken en kon ik ongehinderd huiswaarts keren en zeggen: ‘Eben Haëzer’. Want tot hiertoe had de Heere mij geholpen en Zijn wonderen groot gemaakt. Ze waren meer dan ik kon uitspreken.

Ook heb ik onder dit alles het volgende mogen opmerken: De Heere had aan het volk van Israël een Kanaän ten erfdeel beloofd; een land, vloeiende van melk en honing. Deze belofte zou ten volle aan hen vervuld worden als zij na hun verlossing uit Egypte het hun toegezegde erfland zouden hebben ingenomen. Er lag echter tussen deze belofte en haar vervulling een lange, onbekende woestijnreis met vele smartelijke ervaringen. Deze wegen waren meestal het tegendeel van datgene wat hun was beloofd. Nochtans was het Gods weg en waren zij onder Zijn geleide. En degenen onder hen die de Heere mochten volgen en op Hem wachten, hebben reeds tijdens de woestijnreis bij tijd en wijle iets van dat beloofde goed mogen ontvangen. En wel zodanig, als schenen zij reeds in het beloofde land te zijn. Dan kan daar uit de rotssteen een stroom van verkwikkend water vloeien.

Zo mocht ik tijdens mijn omzwervingen ondervinden dat de Heere, uit vrije gunst, altijd weer helpen en uitredden wil diegenen die het van Hem verwachten. Hoe wonderlijk heeft Zijn hand mij bewaard, geleid en geholpen in en door vele gevaren, die ons zonder ophouden bedreigden. Wij, weerlozen, overgeleverd aan de macht van de vijand, hadden niets in te brengen.

Het leek dat ik een kromme weg moest gaan, maar toch was het een rechte weg. Na vele omzwervingen mocht ik behouden in mijn vaderland terugkeren.

 

Vele jaren zijn inmiddels voorbijgevlogen. Bij het lezen mag u alles lezen en herdenken wat ik echt meegemaakt heb. Bedenk het voorrecht dat u leven mag in een vrij land te midden van ongekende weelde. We hebben overvloed aan voedsel en alles wat we iedere dag nodig hebben. We kunnen ongestoord opgaan naar Gods huis. En wat al niet meer? Te veel om op te noemen.

Velen beseffen echter niet welke grote zegeningen al deze gaven zijn. In oorlogsjaren was het zo heel anders. Wij moesten zoveel ontberen van datgene wat we niet kónden missen. Boven alles ontbrak ons onze vrijheid, de vrijheid die ons allen zo dierbaar is.

Dat Gods zegen het geschrevene mag vergezellen is de wens van de schrijver!

 

            Ik dacht bij ’t melden der gevaren

            Nog aan Uw gunst van vroeger jaren.

Ik tracht Uw werken na te gaan

O God, wie kan U evenaren?

            Hoe heerlijk zijn Uw wonderdaân!