Dl. 31. Livingstone, zendeling en ontdekkingsreiziger Afrika, P. de Zeeuw JGzn

Dl. 31. Livingstone, zendeling en ontdekkingsreiziger Afrika, P. de Zeeuw JGzn
Model: 9789461151384
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 15,95
Excl. BTW: EUR 15,95
Aantal:  

Deel 31. Historische verhalenserie

DV februari 2019

Livingstone

Zendeling en ontdekkingsreiziger van Afrika

P. de Zeeuw JG zn., M.J. Ruissen (eindredactie)

 

Al op jonge leeftijd verlangt David Livingstone ernaar om dokter en zendeling te worden onder de Chinezen. Maar omdat daar een oorlog uitbreekt, besluit hij op aanraden van de Schotse zendeling Moffat naar Afrika te gaan.

Op zijn reis door de oerwouden van Afrika doet hij grote ontdekkingen. Hij ziet rivieren en meren die een blanke nooit eerder zag. Overal waar hij komt, merkt hij hoeveel bijgelovigheid er is. Hij heeft een sterke drang om zoveel mogelijk mensen het Evangelie te brengen. De Engelse regering waardeert zijn werk en helpt hem om zijn tochten voort te zetten.

Als men een hele poos niets meer van hem hoort, wordt Stanley, een journalist, uitgezonden om hem te gaan zoeken. Inderdaad lukt het hem Livingstone op te sporen.

Samen trekken ze eropuit. Onderweg komen ze slavenhalers tegen. Die nemen bewoners gevangen en transporteren hen naar de kust. Vandaar worden ze per stoomboot naar Europa vervoerd, om levenslang als slaven tewerkgesteld te worden. Het wordt Livingstones levensdoel aan de slavenhandel een einde te maken.

Op 1 mei 1873 sterft Livingstone in hartje Afrika. Hij wordt eervol begraven in de Westminster Abbey te Londen.

 

Dit leerzame boek is een deel van de historische jeugdserie, die ook ouderen graag lezen. Doelgroep: 10 jaar en ouder.

 

Inleiding

David Livingstone doet zijn uiterste best om een goede dokter te worden. Dat is niet eenvoudig, omdat hij overdag katoen moet spinnen en ’s avonds naar school gaat. Terwijl andere kinderen door vermoeidheid in slaap vallen, lukt het David toch om de studie te voltooien. Hij wordt een knappe dokter. Maar hij is niet van plan om in Schotland, zijn geboorteland, te blijven. Hij wil als zendingsarts naar China gaan. Maar dat blijkt onmogelijk. Daar woedt een oorlog. Er vechten mensen en het is dus te gevaarlijk om daarheen te gaan. Als hij hoort dat in Afrika veel mensen nooit het Evangelie gehoord hebben, besluit hij naar dat werelddeel te reizen en zending te bedrijven. Om de mensen daar bekend te maken met het Woord van God.

Algauw ontdekt hij tijdens zijn reizen allerlei rivieren en meren, waar nog niet eerder een blanke geweest is. Ook wil hij graag te weten komen waar de rivier de Nijl uit Egypte ontspringt. Ondanks duizend gevaren trekt hij door het hart van Afrika. Door streken, waar nog nooit een blanke een voet heeft gezet.

De wereld houdt de adem in, omdat David zoveel durft. Als men niets meer van hem hoort, wordt de journalist Stanley uitgezonden om hem op te gaan zoeken. Die vindt hem terug bij het Tanganyikameer. Samen beleven ze onderweg tijdens hun trektocht veel gevaarlijke avonturen.

De jeugd houdt ervan hier meer van te weten te komen. Zijn leven boeit hen bijzonder. Daarom is zijn levensverhaal ook opgenomen in de historische jeugdserie.

 

1.  Midden tussen de leeuwen

 

‘Wij zijn betoverd! Wij zijn betoverd’, roepen de mensen van Mabotsa. ‘Een leeuw is een nachtdier en gaat alleen op roof uit als het donker wordt. Maar nu is een leeuw op klaarlichte dag midden tussen ons vee gesprongen en heeft hij een paar koeien gedood.’

‘Wie heeft ooit gezien’, vragen ze elkaar, ‘dat een leeuw, de koning van de nacht, overdag vee durft te stelen? Kom, we moeten de rover achterna! Hij moet gedood worden en wel zo gauw mogelijk.’ De mensen uit Mabotsa zijn helemaal van streek. Ze proberen de leeuw wel op te sporen, maar als ze ’s avonds naar huis moeten terugkeren zonder de leeuw gevangen te hebben, beven ze allemaal van angst. Voor de thuisblijvers schamen ze zich vreselijk. Tegen hen moeten ze vertellen: ‘Onze tocht om de leeuw te doden is helaas helemaal voor niets geweest. Morgen moeten we weer op leeuwenjacht. Maar daar zien we vreselijk tegen op. Zullen we ooit van dit ondier verlost worden? Misschien kunnen we beter afwachten of de leeuw wegblijft, en thuisblijven.’ De volgende dag komt er geen leeuw opdagen. Gelukkig maar. Zal hij uit zichzelf wegblijven? Wellicht is het beter om rustig thuis af te wachten. Hun afwachtende houding helpt hen echter weinig, want twee dagen later verschijnt de grote leeuw opnieuw, weer op klaarlichte dag. Het beest springt midden tussen een kudde schapen en doodt achter elkaar negen schapen.

Livingstone schrikt ervan als hij ziet wat deze slachtpartij teweegbrengt in het dorp waar hij momenteel woont. Vanuit zijn woning ziet hij de bebloede dieren voor zijn huis op de heuvel in het gras liggen.

Ja, sinds kort woont hij bij het Mabotsa-volk, dat zich ‘het volk van de aap’ noemt. David Livingstone, de blanke dokter uit Schotland, heeft zich in hun midden gevestigd.

 

Vanuit Kuruman is Livingstone naar hen toe gekomen. Naar Kuruman was hij eerst gereisd, omdat zendeling Moffat er gewoond heeft. Hij wilde vanuit die plaats op zoek naar de duizend dorpen die ten noorden daarvan moeten liggen, naar mensen die niet eerder het Evangelie hebben gehoord. Na vierhonderd mijlen in veertien dagen reizen, kwam hij in Mabotsa aan. Zodoende woont hij daar nu, bij het volk van de aap.

Onderweg was Livingstone nog even in Lepelole langs geweest. Daar had hij een bezoek gebracht aan ‘het volk van de krokodil’, de Bakwena . Wat waren de mensen daar blij geweest dat hun lieve dokter weer even in hun midden was. Ze waren nog niet vergeten dat hij hun in het verleden sloten had Ieren graven, waardoor ze hun tuinen van water konden voorzien. Zijn komst bracht veel goeds in Lepelole en dat zijn ze nog niet vergeten.

Ook het opperhoofd Bubi van Lepelole had Livingstone hartelijk begroet. Hij was erg gesteld op Livingstone. Dat was best te begrijpen. Livingstone had hem geholpen toen Bubi beetgenomen was door een toverdokter van het dorp. Dat was hij nog steeds niet vergeten.

Lepelole ligt niet ver van de Kalahariwoestijn. Omdat er weinig regen in die streek valt, bleven de tuinen droog en kon er niets meer groeien. De groenten en aardappelen gingen dood. En nu had die toverdokter Bubi gezegd: ‘Ik kan regen maken.’ Hij kwam met allerlei poespas, maar er kwam geen druppel regen uit de hemel.

Nu stroomt er wel een riviertje in de buurt van Lepelole, daarom had Livingstone gezegd dat hij voor water zou zorgen om de tuinen te bevloeien. Alle mensen uit het dorp, ook de tovenaar die beweerd had regen te kunnen maken, moesten meehelpen en samen een brede sloot graven van het riviertje naar de tuinen.

Toen dat gebeurd was, stroomde er water naar de tuinen, zodat alle planten gingen groeien. Geen wonder dus, dat Bubi op de blanke dokter gesteld is. En van de toverdokter wil hij niets meer weten. De toverdokter is een gevaarlijk mens. Hij is in staat om iedereen van wie hij niet houdt, te laten doden. Toen een paar geiten of ossen van hem doodgingen, beweerde hij: ‘Dat is de schuld van die mensen. Zij hebben mijn dieren betoverd, waardoor die doodgegaan zijn.’ Maar dat zei hij omdat hij een hekel aan die mensen had. En dan nu dat gedoe met regen, nee. Nu blijkt dat hij ook gelogen heeft, toen hij zei dat hij het kon laten regenen. Hij is beter af met de zendeling. Die liet een kleine gracht graven, waardoor bevloeiing van hun tuinen mogelijk werd. Sinds dat gebeurd is, groeit alles veel beter dan ooit. Hij vond het dan ook heel spijtig dat de zendeling al na een halfjaar Lepelole en het volk van de krokodil verliet en verder reisde naar de BakhatIa, naar het volk van de aap. Toen Livingstone in Mabotsa aankwam, vroeg hij aan het opperhoofd: ‘Wilt u graag dat ik als zendeling bij u kom wonen?’