Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Ik zal raad geven ds. DJ Budding

Ik zal raad geven ds. DJ Budding
Model: 9789076466293
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 14,95
Excl. BTW: EUR 14,95
Aantal:  

Ik zal raad geven

Ds. DJ Budding 

Wat Johannes in zijn eerste gemeente meemaakte. Vervolg op ‘Ik zal wederbrengen’. Geeft boeiend verslag wat dominee Budding zelf meemaakte.

 

 14,95 per deel. pb

 

Woord vooraf

 

Dit boek is een vervolg op ‘Ik zal wederbrengen’, omdat de hoofdpersoon ‘Johannes’ ook in dit boek de hoofd­persoon is. Toch is er ook een verschil. Het merendeel van wat in ‘Ik zal wederbrengen’ verhaald wordt, berust niet op feitelijke gebeurtenissen. Het is meer een gelijkenis, waarin uitkomt hoe de Heere werkt in de levens van jongeren en ouderen. Al zijn er wel pastorale en persoonlijke elementen in verwerkt.

In dit vervolg, ‘Ik zal raad geven’, is het vaak andersom. Het merendeel van wat hier verhaald wordt, heeft werkelijk plaatsgevonden. De namen en omstandigheden zijn veranderd om de privacy van betrokkenen te beschermen. De gebeurtenissen zijn verpakt in een verhaal.

‘Johannes’ en ‘Eline’ mogen niet vereenzelvigd worden met de auteur en zijn vrouw. Maar de kern van wat hier verteld wordt, berust op persoonlijke en pastorale ervaringen van de auteur. Deze ervaringen hebben niet alleen betrekking op zijn eerste gemeente.

Dit boek wil laten zien dat de Heere ook in deze tijd nog werkt. Om zo jongeren en ouderen heilig jaloers te maken om die God, Die in Christus zo goed is voor een slecht mens, ook te zoeken.

Mij is gebleken dat de uitgave van het vorige boek niet onge­zegend is gebleven. Moge deze uitgave strekken tot eer van God en tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.

 

Waarder                                                         Ds. D.J. Budding

 

 

IN HET HEILIGDOM

Hoofdstuk 1

 

Het was nog een prachtige herfstdag. Lekker even op de fiets naar het geliefde plekje, in een bocht van de Oosterscheldedijk. Wat beschut, wat verscholen, omringd door wat struikgewas, dat aan het oog onttrok. Toch met een vrij uitzicht over het wijde water.

Daar was zijn schuilplaats als het weer het toeliet. Daar kon Johannes heerlijk liggen mijmeren. Daar mocht hij ook vaak al zijn noden en problemen voor de Heere neerleggen. Daar kreeg hij menig keer antwoord op zijn gebed.

Zo'n twintig minuten fietsen en hij was er. Nog nooit was hij er door iets of iemand gestoord. Een dag in de week probeerde hij wat vrij te houden voor zichzelf en voor Eline. Maar Eline was altijd druk bezig.

Als hij aan haar dacht, kwam er een blijde glimlach op zijn gezicht. Wat had de Heere hem toch een lieve vrouw gegeven! Nee, knap was ze niet echt, maar ze was wel een schat. Iedereen in de gemeente was gek op haar. Juist door haar was de pastorie nu al een aanloophuis geworden. Ze had voor iedereen een goed woord, voor elk kind wel iets lekkers. En op haar manier evangeliseerde ze ook.

‘Mevrouw’, zo werd ze genoemd. En toch was ze helemaal geen mevrouw. Ze had de gave om heel dicht bij de mensen te staan. Ook de meest eenvoudige mensen voelden zich direct eigen bij haar.

En nu, ja nu was ze in verwachting van hun eerste kind. Ze wisten het nog maar pas.

Maar wat maakte ze zich al druk! Ze was gelijk begonnen met het maken van een wiegje, want ze was enorm handig en creatief. Alles zelf doen, dat vond ze heerlijk.

"Ga jij maar naar je heiligdom", had ze lachend gezegd, "ik kan je vandaag missen als kiespijn."

Hij had haar van de grond getild en stevig tegen zich aangedrukt en op de mond gekust. "Zo, dus jij kunt mij missen als kiespijn? Ik ga wel, je ziet het maar."

Haar ogen hadden geglansd. "Joh, laat me los en doe niet zo wild. Ik ben in verwachting. Je mag wel eens wat zachtzinniger met me omgaan." Ze probeerde zich los te rukken, maar ze was machteloos in zijn sterke armen.

 

Ongemerkt was Johannes er. Hij stapte van zijn fiets en ging zijn schuilplaats binnen. Wat voelde hij zich klein onder zo veel goedheid van God. En spontaan kwam in hem het diepe verlangen op om de Heere te loven.

Hij was gezegend met een mooie stem. Heel zijn hart mocht hij er in leggen toen hij zong: "Want God de HEER' zo goed zo mild, is t' allen tijd' een Zon en Schild. Hij zal genaad' en ere geven."

Wat hij dikwijls deed, deed hij ook nu. Hij boog zijn knieën en zocht de Heere in het gebed. Dat was niet moeilijk dit keer. Hij voelde hoe de Geest der genade en der gebeden krachtig in hem werkte. Een onuitsprekelijk gevoel van Gods nabijheid overweldigde hem. Een vurig smeekgebed ging op voor zijn gemeente. Wat was er nog een hardheid en een blindheid. Wat een onverschilligheid onder jong en oud.

Toen hij ‘amen’ zei, was hij gesterkt, maar de gedachten aan zijn gemeente lieten hem niet meer los. Veel dingen waren wel eens moedbenemend.

 

Van wat bladeren en gras had hij een soort rustbed gemaakt. Daar legde hij zijn jas overheen. Zo lag hij lekker. Hij liet zijn gedachten nu de vrije loop.

Wat was alles wonderlijk gegaan. De dag van zijn intrede kwam hem weer helder voor de geest. Een gezegende en heerlijke dag, om nooit te vergeten.

Wat had hij er tegen opgezien. Wat had hij diep gevoeld hoe onwaardig en onbekwaam hij was tot de heilige dienst van God. En toch wist hij zich geroepen. Hij kon niet anders.

Ook had de Heere hem wonderlijk de weg gewezen naar deze plaats. Naar dit kleine dorp. Uit de tien op hem uitgebrachte beroepen was er toch maar één geweest, wat hij aan moest nemen. Het was de kleinste en meest vervallen gemeente. Het was voor hem een groot wonder geweest, dat de Heere zo duidelijk de weg gewezen had.

Ja, Johannes wist van een Goddelijke roeping tot het ambt. Maar nu had hij ook duidelijk een zending gekregen naar dit deel van Gods Koninkrijk.

Daar had God Zijn heerlijke bedoeling mee. Daarvan was hij ook vast overtuigd.

's Middags was de kerk al overvol geweest. De bevestiging door zijn stiefvader was onvergetelijk. De Heere gaf vrijheid en ruimte. "Predik het Woord, houd aan, tijdelijk en ontijdelijk..." Die woorden van God waren diep in zijn ziel gezonken. Hij zou ze nooit vergeten.

Wat was het hem wonderlijk te moede, toen een groot aantal vrienden en collega's hem de hand hadden opgelegd. Allen hadden zij een kernachtig woord uit de Schrift gesproken. Van ieder had hij een boodschap meegekregen.

De intrede was onuitwisbaar in zijn geheugen gegrift. "Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege. Wij bidden u van Christus' wege, alsof God door ons bade: Laat u met God verzoenen."

Op het laatst heerste er een doodse stilte, een diep beslag. "Ik zal in uw huizen komen en u en jullie steeds bidden: 'Laat u met God verzoenen'. Ik zal aan uw ziekbedden staan en u bidden: 'Laat u met God verzoenen'. Ik zal aan uw sterfbed staan en dan voor de laatste maal bidden: 'Laat u met God verzoenen'. En als u dan onverzoend de eeuwigheid ingaat, zal ik vrij zijn van uw bloed en zal uw verdoemenis rechtvaardig zijn.

Daarom bid ik u: 'Laat u met God verzoenen. Want Dien, Die geen zonde gekend noch gedaan heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt. Opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem'."

Een diepe stilte werd verbroken toen hij ‘Amen’, zei.

 

Die week gebeurde er een wonder in het dorp. Want dit woord van God: "Laat u met God verzoenen", ging als een lopend vuurtje door het dorp. De buren zeiden het tegen elkaar. Familieleden wekten elkaar op om zondag eens te gaan luisteren. Er kwam beweging in de dorre doodsbeenderen.

Voorheen was de kerk 's morgens maar halfvol en 's middags bijna leeg.

Maar die eerste zondag na de intrede was de kerk vol, zowel 's morgens als 's middags. Dat laatste was sinds mensenheugenis niet meer gebeurd. En zo was het nog steeds.

Ongemerkt was het laat geworden. Hij fietste met een gelukkig gevoel naar huis.

Daar kwam hem al een heerlijke geur tegemoet. Wat had Eline weer haar best gedaan. Ze kon toch zo heerlijk koken. Fijn, gezellig samen eten en daarna een rustige avond met z'n tweeën.