Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Digitale Kerstverhalen 2010

Digitale Kerstverhalen 2010
Model: 978907646677
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 5,00
Excl. BTW: EUR 5,00
Aantal:  

Digitale Kerstverhalen 2010

 

Lees dit eerst

Kerstverhalen in bijlage zijn allen auteursrechtelijk beschermd. Ze mogen alleen voor eigen gebruik worden benut. Doorzending is verboden. Wie deze verhalen bestelt conformeert zich aan deze voorwaarde.

 

Als u de verschuldigde 5 euro hebt overgemaakt naar gironummer 3195214 t.n.v. uitgeverij De Ramshoorn te Goes met vermelding Kerst 2010, vragen we u middels een mail dit te melden, zodat u niet hoeft te wachten op de Kerstverhalen.

 

Bestelstrook (zenden naar [email protected])

Ja, we:

0 hebben 5 euro overgemaakt naar 3195214 tnv uitgeverij De Ramshoorn, Goes

0 beloven de verhalen niet naar andere mailadressen te verzenden of anderszins te verspreiden.

0 vragen per omgaande Digitaal Kerstverhalenset2010 toe te zenden naar:

 

Naam: ......................................

Straatnaam: .........................

Postcode + Plaats: ................................. 

Mailadres: .................................................

 

KORTE INHOUD

Inhoud

1. Kerstfeest in het oerwoud

MC Capelle

Doelgroep basisschoolleeftijd, vanaf gr. 4

Vier trouwe vrienden gaan naar het Kerstfeest. Maar als ze in het donker terug gaan naar huis, moeten ze de rivier oversteken. Het gaat erg hard regenen, zodat ze niet verder kunnen. Zou de Heere hun gebed verhoren?

 

2. Heksie, bezemsteel!

Anneke Jagtenberg

Doelgroep basisschoolleeftijd, vanaf gr. 4

Jopie scheldt een oude juffrouw uit voor heks. Hij gaat steeds door met plegen gooit zelfs een rotje bij haar naar binnen. Hij heeft veel goed te maken, maar dat valt niet mee.

 

3. Verdwaald

van Velzen-Wijnen A.

Doelgroep: onderbouw basisschool

Maarten wordt erg geplaagd op school. Hij verdwaalt en moet dan denken aan het Kerstgebeuren in een stal. Gelukkig komt het weer goed.

 

4. ADVENTSTIJD VOOR MARIA EN JOZEF  

Christien de Priester – kerstdeclamatie

Doelgroep: bovenbouw en verenigingen

 

5. KERST? NEE HOOR, HOEFT VOOR MIJ NIET

A Vogelaar-van Amersfoort

Doelgroep: tieners en ouderen

Marian voelt zich niet meer thuis met al die getrouwde stellen bij haar ouders thuis, terwijl zij nog alleen is. Ze gaat naar oma om vandaar naar de stad met haar vriendin te gaan. Maar dan komt ze erachter dat oma meer van Kerst beleefd dan al die ijdele vreugde in het café.

 

6. Ten halve gekeerd

C.J. Ruissen

Doelgroep: tieners

Marilyn moet in de trein nadenken over een zwerver op Utrecht CS, die ze afgehouden heeft om hem wat te geven. Ze had over de Bijbel gesproken, maar niets gegeven. Toch heeft ze daar geen vrede mee. Allerlei voorvallen die ze in de trein heeft meegemaakt, komen in haar herinnering. Wat nu?

 

7. Tyndall vertaalt de Bijbel

Verhaal van P. de Zeeuw JG zn, naverteld door MJ Ruissen

Doelgroep: bovenbouw, tieners en volwassenen

 

William Tyndall vertaalt de Bijbel in het Engels. Juist in een tijd van vervolging met gevaar voor eigen leven. Eerst vlucht hij naar Londen, dan naar Duitsland en dan naar Zuidelijke Nederlanden om de vertaling af te ronden.

De kleermaker uit North-Nibley helpt hem daarbij, maar wordt gevangen gezet. Zijn zoon Tim helpt hem met zijn ontvluchtingplan. Juist in de kerstdagen mag de bevrijding plaats vinden en vlucht de kleermaker ook naar Londen, waar hij Tyndall helpt. Het historische verhaal kan ook in verkorte versie gebruikt worden. Niet alleen bij Kerst, maar ook bij Pasen of tussendoor.

 

8. Patrick

Leanda van Dam

Doelgroep: basisschoolleeftijd

 

Patrick moet een tekst opzeggen op de Kerstviering. Maar hij heeft niemand die voor hem komt luisteren in de kerk. Zijn moeder leeft niet meer en zijn vader is hij kwijt. In de opvang wordt hij ook niet begrepen. Hij wil zijn vader zoeken. Maar de buschauffeur weigert hem.

Tenslotte gaat hij lopend naar het station. Een volwassen man uit de opvang, Kwasi, begint met hem te praten. Hij blijkt een christen te zijn, die de ware betekenis van Kerst hem voorhoudt. Dan wordt het toch een bijzonder Kerstfeest.

 

9. Maria’s Kerstfeest

Jannie  J. van Belzen-Poortvliet

Doelgroep: oudere jeugd en volwassenen

Dit verhaal gaat over twee meisjes, waarvan de een leefde in de tijd van de reformatie en de andere in deze tijd. Ze heten allebei Maria.

 

1. Kerstfeest in het oerwoud

MC Capelle

Vier trouwe vrienden gaan naar het Kerstfeest. Maar als ze in het donker terug gaan naar huis, moeten ze de rivier oversteken. Het gaat erg hard regenen, zodat ze niet verder kunnen. Zou de Heere hun gebed verhoren?

 

Waar blijft Loena toch? Kerti houdt zijn ene hand boven zijn ogen. Dat is tegen het felle licht van de zon. Hij tuurt in de verte.

‘Waar blijft hij toch?’ vraagt hij zich af.

Kerti staat op een heuveltje. Van die hoge plek kan hij ver zien. Maar hij kijkt maar naar één ding: of Loena niet komt. Dat is zijn vriendje. Die laat zo lang op zich wachten. Hij had er al moeten zijn.

‘Ik zie hem nog niet,’ zegt hij. Zijn stem klinkt boos.

Er zitten twee jongens naast hem in het gras. De een heet Palma, en de ander Mandoe.

 

Het zijn vreemde namen. Maar die jongens wonen ook in een ver land. Ze wonen in Mrika, dus in een ander werelddeel. In Oost-­Afrika om precies te zijn.

Kerti, Palma en Mandoe zijn drie kleine Afrikanen. De huid van Kerti is zo zwart als roet. De andere jongens zijn wat lichter van kleur. Maar ze hebben alle drie dezelfde donkerbruine ogen.

Als Kerti lacht, zie je zijn witte tanden. Dan lijkt zijn huid nog zwarter. En Kerti lacht vaak.

Maar nu lacht hij niet.

‘Waar kan hij toch zijn?’ vraagt hij zich weer af. ‘Straks gaan we zonder hem.’

‘Oena ... oenaaaa ... roept hij.

Er komt geen antwoord.

En Loena is nog niet te zien.

‘Zullen we maar gaan?’ stelt Mandoe voor. Ze hebben al zo lang gewacht.

Maar dat willen de anderen niet. Nee, Loena is hun vriendje, hij hoort er bij. Maar wáár kan hij toch zijn?

‘Ik heb aan zijn moeder gevraagd waar hij naar toe is,’ zegt Palma. ‘Ze heeft hem de hele middag niet gezien. Als we nu niet gaan, komen we vast te laat.’

Daar is Kerti óók bang voor.

‘Laten we hem nog één keer roepen. Alle drie tegelijk.’

Dat doen ze. Ze zetten hun handen voor hun mond, als een grote toeter. En het klinkt heel hard: ‘Loena! Loenaààà !’

Niet ver van hen vandaan staat een geit. Met een touw om de hals en vastgebonden aan een paal. Het dier kan hier grazen. Wat schrikt de geit van het lawaai!

Ze rukt aan het touw. Maar de paal staat stevig in de grond. ‘Laten we nu toch gáán,’ dringt Mandoe aan. ‘Het is Loena’s schuld als we te laat komen.’

Dat is waar. Maar weg gaan zonder hun vriendje? ... Dat willen ze liever niet. Ze kijken uit over de grote grasvlakte, met hier en daar een struik. Het gras is hoog; je kunt je er gemakkelijk in verstop­pen.

Is Loena misschien erg ver gegaan? Of is hij in slaap gevallen? Vreemd dat hij er nog steeds niet is.

Opeens wijst Kerti in de verte. ‘Ik geloof dat hij ginds komt!’ roept hij blij. ‘Kijk maar.’

Palma en Mandoe zien het ook. Er loopt iemand door het hoge gras. Is het Loena?

Ze roepen weer zijn naam. ‘Loenaàà! ‘ Vanuit de verte komt nu antwoord.

Loena haast zich door het hoge gras. Het lopen is hier niet ge­makkelijk. Zijn handen kan hij niet gebruiken, want hij klemt iets stevig tegen zich aan. Daarom gaat het niet vlug.

Eindelijk komt hij bij het heuveltje, waar de drie jongens op hem wachten. Hij hijgt er van.

‘Het is jouw schuld als,’ wil Mandoe boos zeggen.

Maar hij vergeet opeens zijn boosheid. En de andere jongens denken er niet aan dat ze te laat kunnen komen. Ze kijken alle drie naar wat Loena in zijn armen draagt: het jong van een gazelle!

‘Hoe kom je dáár aan?’ vraagt Kerti.

‘Heb je het bij de moeder weggenomen?’ wil Palma weten. ‘Ik heb het helemaal niet weggenomen!’ antwoordt Loena. ‘Denk je dat ik zo gemeen ben? Ik zag het diertje onder een struik liggen. En de moeder was nergens te zien.’

‘Een hyena heeft de moeder misschien gedood,’ bedenkt Mandoe.

‘Misschien. Ik heb nog even gekeken of ik het dier niet zag. Het kleintje wou voor me wegkruipen, het was bang. Maar zonder de moeder zou het van honger omkomen. En daarom heb ik het meegenomen.’

De kleine gazelle trilt van angst.

Ze ligt heel stil in de armen van Loena. Palma wil het diertje over de kop aaien.

‘Niet doen!’ zegt Loena kort. ‘Je maakt het maar bang. Wachten jullie nog even, dan breng ik de gazelle vlug naar onze hut. Moeder zal wel voor het diertje zorgen. Misschien heeft ze wat melk om het te laten drinken.’

Voorzichtig daalt hij de heuvel af. Moeder is op het erf voor hun huisje bezig. Op een grote platte mand spreidt ze koren, zodat het kan drogen in de zon.

‘Wat heb jij nou meegebracht, Loena?’ vraagt ze. ‘Een kleine gazelle? Hoe kom je dáár toch aan!’     

Loena doet vlug zijn verhaal. Tegelijk duwt hij het kleine zusje weg dat de gazelle dadelijk in haar armen wil nemen. Heel even mag ze de zachte huid van het diertje strelen. En één van de ranke pootjes in haar hand nemen.

Daar komt moeder al met wat melk. Als de gazelle maar wil drinken.

Ja hoor, ze wil zelfs gráág. Ze haalt eerst een paar keer diep adem en begint dan te drinken. De jongens vinden het prachtig! ‘Ik zal het dier een mooi plekje in de hut geven,’ belooft moeder.

Loena legt gauw nog wat stro klaar. Daar kan zijn gazelle lig­gen, in het halfdonker van hun hut. Moeder zal wel voor het diertje zorgen.

‘Ga nu gauw,’ zegt moeder. ‘Zorg maar dat je niet te laat komt.’