Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Digitale Kerstverhalen 2009

Digitale Kerstverhalen 2009
Model: 978907646676
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 5,00
Excl. BTW: EUR 5,00
Aantal:  

 

Lees dit eerst

Kerstverhalen in bijlage zijn allen auteursrechtelijk beschermd. Ze mogen alleen voor eigen gebruik worden benut. Doorzending is verboden. Wie deze verhalen bestelt conformeert zich aan deze voorwaarde.

 

Als u de verschuldigde 5 euro hebt overgemaakt naar gironummer 3195214 t.n.v. uitgeverij De Ramshoorn te Goes met vermelding Kerst 2009, vragen we u middels een mail dit te melden, zodat u niet hoeft te wachten op de Kerstverhalen.

 

Bestelstrook (zenden naar [email protected])

Ja, we:

0 hebben 5 euro overgemaakt naar 3195214 tnv uitgeverij De Ramshoorn, Goes

0 beloven de verhalen niet naar andere mailadressen te verzenden of anderszins te verspreiden.

0 vragen per omgaande Digitaal Kerstverhalenset2009 toe te zenden naar:

 

Naam: ......................................

Straatnaam: .........................

Postcode + Plaats: ................................. 

Mailadres: .................................................

 

KORTE INHOUD

Inhoud

1. Kerstfeest voor de schippersjongen

Alex woont op de ‘Rival’ een klein verwaarloost schip, dat aan de wal bij Rotterdam ligt. Er is haast geen werk voor zijn vader. Als ze een klein beetje teer krijgen om te luiken te schilderen, valt Alex in het ruim. Hij heeft een verzwikte voet.

Er komt een dominee langs en biedt hen aan naar het Kerstfeest te komen. Maar ze hebben geen mooie kleren en Alex kan niet lopen. Hoe moet dat dan? Het wordt opgelost en Alex beleeft een onvergetelijke Kerst.

Bewerkt verhaal van P.A. de Rover

 

2. Het onvergetelijke Kerstfeest van 1944

Jasper de Wit woont op een grote boerderij in de buurt van Arnhem. Steeds worden de hongerige mensen uit het westen geholpen.

Op een dag komt een mevrouw uit Amsterdam met een Jodinnetje. Haar ouders zijn gedeporteerd, maar zij is aan de Duitsers ontsnapt. Op ‘Klaverkamp’ wordt ze in het gezin opgenomen. In de schuur komt een geheim schuilplaats.

Op een nacht komen er vier Duitsers. Ze kloppen aan en ….

Net voor Kerst verliest een bommenwerper een brandende benzinetank vlak boven de boerderij. Alles verbrandt en men probeert te redden wat er te redden is …

Opa zegt: ‘En toch beste mensen, toch is het voor opa nog Kerstfeest hoor. Toen ik gisteren bij de brandende boerderij stond, heb ik mijn vuisten gebald, toen was ik het helemaal niet eens met wat de Heere deed. Maar nu, nu mag ik getuigen van vrede op aarde. Nu kan ik enkel de Heere maar danken dat Hij deze weg voor ons nodig keurde. Onze oude Bijbel is gered, kom, laten we daaruit nu Lukas twee eens lezen.’

Jasper geeft de mooie Bijbel met de koperen sloten voorzich­tig aan en als opa gaat lezen is er stille aandacht. Als hij gekomen is bij de woorden: ‘Vrede op aarde …’, stokt zijn stem en kan hij even niet verder.

 L. Janse

 

3. Janneke’s Kerstfeest

Janneke kan niet meedoen met het versieren van de Kerstboom. Ze weet dat het niet om kunstlicht gaat, maar om het ware Licht. Maar haar gezinsleden plagen haar en jagen haar weg naar omoe. Ze gaat op zoek naar het ware Licht in het bos en valt in het water.

Wanneer ze haar missen zien ze een gat in het ijs en komen tot de conclusie dat ze verdronken is. Alleen omoe bidt en zegt: ‘Ik zal wederbrengen’.

Als het Kerstfeest wordt, wordt het echt feest. Ook voor omoe.

Uit Reddende liefde, ds. DJ Budding

 

 

4. Gedicht: Charlie, de trommelslager

Charlie, de trommelslager, verliest zijn vader wegens dronkenschap. Hij krijgt het Evangelie te horen in De Zaaier. Wanneer de Amerikaanse Burgeroorlog uitbreekt, wordt hij trommelslager. Zijn been wordt verbrijzeld en een Joodse arts helpt hem. Aan hem brengt hij het evangelie voor hij sterft. Het verhaal is historisch en wordt in dichtvorm beschreven.

Ds. D.J. Budding, Uit: Reddende liefde

 

5. Het Kerstfeest van de koster

Kees Kraak was een goede koster, dat wel. Maar toch vindt de nieuwe schoolmeester hem te streng. Wie deelt er nu oorvijgen uit in de kerk? Dat kan toch anders?

Hij krijgt van zijn broer te horen dat Barbara, de dochter van zijn broer niet tiert in Hillgersberg, in Rotterdam. Kees besluit haar in zijn huis op te nemen. Zij is weduwe geworden en heeft een zoontje, die Kareltje heet.

Dan verandert hij helemaal … Hij mag een onvergetelijk Kerstfeest beleven.

Pleun R. Troost

 

6. Kerst voor de Kluif

Dingeman Kluifhorst las dit bericht in de ‘Nieuwsbode’ het bericht van een steekpartij door een van de zigeuners, omdat hem geweigerd was melk te verkopen voor zijn hoogzwangere vrouw. De zigeuner is voor zijn daad in de gevangenis opgesloten.

Dingeman besluit na het lezen van een werkje van Lodensteyn om de zigeunervrouw met baby in huis op te nemen, omdat het wegens de hevige kou onverantwoord is om in een slecht verwarmde woonwagen te bivakkeren.

Pleun R. Troost, met toestemming van uitgeverij Groen uit de bundel ‘Komt, verwondert u hier, mensen’.

 

7. Kerstfeest van een gevangene

In de stadsgevangenis wordt Kerstfeest gevierd. Een van de gevangenen is in zijn cel gebleven. Na afloop zoekt de dominee hem op. Hij verhaalt over wat in dienst was behandeld. Onderwg naar naar huis koopt hij een Aronskelk die hij bij hem laat bezorgen. Dat brengt de gevangene tot inkeer.

Naar een oud Zweeds Kerstverhaal\

 Kerstfeest voor de schippersjongen

Alex woont op de ‘Rival’ een klein verwaarloost schip, dat aan de wal bij Rotterdam ligt. Er is haast geen werk voor zijn vader. Als ze een klein beetje teer krijgen om te luiken te schilderen, valt Alex in het ruim. Hij heeft een verzwikte voet.

Er komt een dominee langs en biedt hen aan naar het Kerstfeest te komen. Maar ze hebben geen mooie kleren en Alex kan niet lopen. Hoe moet dat dan? Het wordt opgelost en Alex beleeft een onvergetelijke Kerst.

Bewerkt verhaal van P.A. de Rover

 

1. Kerstfeest voor de schippersjongen

 

Het loopt tegen Kerstfeest. Over de Maas bij Rotterdam blaast een westelijke wind. Hij speelt zijn spel met het altijd bewegelijke water. Dit spel kan woest zijn, zo woest, dat schepen er door ondergaan. Maar zo erg is het nu niet. Gladde golfkopjes lopen rap op en krullen om, want achter hen komen er meer en meer en ‘t is of ze maar altijd haast hebben om naar het oosten te gaan.

 

Alex Pronk, die met zijn vader en moeder op de ‘Rival’ vaart, is uit de roef gekomen en kijkt over ‘t water. ‘Weinig vaart’, zegt hij tot zichzelf. ‘‘t Wordt straks Kerstfeest’. Dan ziet hij weer de rij schepen, de rij, die hij iedere dag ziet, en waarin ook hun ‘Rival’ ligt. Die rij blijft maar even groot. ‘t Zijn kleine schepen allemaal; een honderdvijftig ton kunnen ze maar vervoeren. Daar is geen werk voor. Ook voor de ‘Rival’ niet. En de schippers zijn werkloos.

Zo nu en dan, om de paar maanden, is er een vrachtje. Dan is vader de schipper, moeder de grote knecht en Alex, de kleine. Hij heeft een paar jaar op school gegaan in Dordt. Daar wonen opa en oma. Daar is zijn zusje Lena nu ook.

Soms komt een sleepbootje met een leeg schip. Die wordt er dan bijgelegd in de rij.

‘t Leven is bar eentonig aan boord. Alex helpt moeder wat, hij zwabbert het dek, springt in de boot, roeit naar de wal en je komt weer terug. En ondertussen schreeuwen de luiken om een kwast teer en een reparatie. Is ‘t niet jammer dat hun schuit zo achteruit gaat?’

De ‘Rival’ vormt met de ‘Modesta’ het eigendom van één reder. Allebei liggen ze stil. Voor de reder ook al geen verdienste. Geen wonder, dat er geen stuk eikenhout af kan voor een nodige reparatie.

Maar gisteren heeft vader wat koolteer gekregen.

‘Juist’, bromt Alex tegen zichzelf, ‘da’s waar ook: we gaan teren.’

Even later staat hij op de luiken. Vader komt er bij en pakt de steel uit zijn handen.

‘Jo, je smeert veel te dik, kijk hier, zo moet je ‘t doen, uitsmeren. Jij kunt wel een heel vat aan.’

En Alex dacht al, dat hij zo zijn best deed. Hij smeerde al zo goed uit. Maar die halfrotte, kale luiken verslinden teer.

‘Geef maar hier’, zegt Alex en teert verder. Vader is niet gemakkelijk de laatste tijd. Ook moeder moet je niet voor de voeten lopen. Dan wordt je de roef ‘uitgepoetst’. Alex begrijpt het wel, al is hij nog maar twaalf jaar. Als je zo dag in dag uit met vader en moeder in de roef bent, als je maar dag in dag uit stilligt, als vader aan het eind van de week zijn hand op moet gaan houden om twaalf gulden, dan ... ja, dan hoor je meer dan voor je twaalfjarige oren goed is. Maar Alex begrijpt het wel. En hij scheldt mee op die vrek van een baas, die nog geen emmer en een dweil geeft.

Vader gaat de wal op. Moeder is in de roef. Verderop staan enkele schippers bij elkaar op de luiken, de handen in de zak. In de roef van de ‘Modesta’ huilt een klein, kind. Dat hoor je iedere dag. Het kind zit onder de zweren en een dokter komt hier niet.

Alex teert. Goed uitsmeren je kwast. Hij buigt zich over de rand van het luik. Denk om het gat van het ruim. Als je er in valt, breek je de nek. Alex denkt er om, maar... opeens kraakt het rotte luik. Zijn hand schiet uit, een gil … op de bodem van het ruim blijft hij kreunend liggen.

Een ongeluk ... De pratende mannen verderop horen de gil, zien het gat en het terugwippende luik. ‘Die jongen valt in ‘t ruim!’ roept er een en over de luiken, door ‘t gangboord, snellen ze toe ...

In een ogenblik zijn ze bij het noodlottige gat.

Maar ook in de roef van de ‘Rival’ is de gil gehoord en toen de slag van Alex’ val. Een hevige schrik schiet door moeder heen. Ze holt uit de roef, over het dek. Hoe zal het met Alex zijn? Bij de roef ligt een trapje. En op ‘t ogenblik, dat de eerste der schippers zich in het ruim laten zakken, is zij er ook.

Alex, haar jongen. Hij ligt languit op de buikdenning. Zijn handen grijpen naar zijn rechterbeen. Hij kreunt van hevige pijn.

‘Hoe kwam dat, mijn jongen?’ Moeder buigt zich over hem heen. Haar stem is ongewoon teer. ‘t Is de stem van haar moederhart, dat lijdt, omdat haar kind lijdt.

‘Het been is gebroken’, zegt een der schippers somber. Ook in zijn stem, zijn grommerige stem, is diep medelijden. ‘Waar heb je pijn?’ vraagt een andere schipper.

‘Hier’, steunt Alex en wijst op zijn voet.

‘Even zien of je been gebroken is.’ De schipper tast langs zijn rechterbeen, vraagt telkens of het hier pijn doet. Het been blijkt niet gebroken.

‘Probeer eens te staan.’