Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Digitaal Voorleesverhalenset, M. Quist, R. Hoogerwerf-H

Digitaal Voorleesverhalenset, M. Quist, R. Hoogerwerf-H
Model: 900
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 10,00
Excl. BTW: EUR 10,00
Aantal:  

Digitaal Voorleesverhalenset, M. Quist, R. Hoogerwerf-Holleman e.a.

Digitaal Voorleesverhalenset

Verzameling bijzondere aansprekende korte verhalen, die u in uw gezin en verenigingsverband kunt voorlezen. Selecteer het meest geschikte verhaal en print deze uit. Zo kunt u velen van dienst zijn.

Niet doorsturen:

Evenwel zijn deze verhalen auteursrechtelijk beschermd. Bij uw bestelling garandeert u dat deze verhalen niet naar anderen zult doorsturen of hen anderszins deze hen ter beschikking mag stellen. Wie er ook prijs op stelt, zal deze bij ons moeten bestellen.

U treft hier de inhoudsopgave en korte samenvatting van de mooie verhalen. Van een verhaal, van M. Quist, krijgt u een deel te lezen. We wensen u veel leesgenoegen toe met dit set, waar u het hele door gebruik van kunt maken.

 

Inhoudsopgave

Pinksteren

        1. Een droevig Pinksteren – R. Hoogerwerf-Holleman

        2. De nalezing beter – R. Hoogerwerf-Holleman

3. Pinksteren 1940 – R. Hoogerwerf-Holleman

 

Vrije verhalen voor jong en oud

4. Jozef leeft nog - M. Quist

5. Geloof jij in de Zoon van God? - M. Quist

6. Twee uur precies - M Quist

7. Het teken - M. Quist (oudere jeugd)

8. Waar kan ik God vinden? – M. Quist

9. Leid ons niet in verzoeking – R. Hoogerwerf-Holleman

10. De Hollandse marine, 12 mei 1940 - Verdedigers van Rotterdam – R. Hoogerwerf-Holleman

11. Willem Aaftink, ‘de snieder’ van Rijssen – R. Hoogerwerf-Holleman

12. Arm en toch rijk – R. Hoogerwerf-Holleman

13. Manna uit de hemel, verhaal uit de laatste oorlogsdagen – R. Hoogerwerf-Holleman

14. Ds. Jan Rokus van Oordt – R. Hoogerwerf-Holleman

        15. Oproer in de Jordaan – R. Hoogerwerf-Holleman

16. Kerktelefoon – R. Hoogerwerf-Holleman

17. Toekomstplannen – R. Hoogerwerf-Holleman

18. Taxivervoer – R. Hoogerwerf-Holleman

19. De gebedsgenezer beschaamd – R. Hoogerwerf-Holleman

20. Charlois, een dorp opgelost door een grote stad – R. Hoogerwerf-Holleman

 

Verhalen voor kinderen

Pas op … gevaar! - M. Quist

Nog andere schapen - M. Quist

        Niet vergeten - M. Quist

Bosbessen plukken – R. Hoogerwerf-Holleman

De kerk gaat doleren – R. Hoogerwerf-Holleman

       De gebroken vaas – R. Hoogerwerf-Holleman

 

Kerst

Licht in de Distelstraat - M. Quist

Ik kan het niet laten – M. Quist

        De worm in het vuur– R. Hoogerwerf-Holleman

 Hoe donker ook Gods weg moog’ wezen– R. Hoogerwerf-Holleman

 

Gedichten

Goede Vrijdag - R. Hoogerwerf-Holleman

Pasen - R. Hoogerwerf-Holleman

Hemelvaart - R. Hoogerwerf-Holleman

Pinksterfeest - R. Hoogerwerf-Holleman

Christus’ borgwerk – M.P. van Voorst-Dek

Kerstfeest – M.P. van Voorst-Dek

Zalig – M.P. van Voorst-Dek

De oude pelgrim - M. Quist

50 jaar verbonden – M.P. van Voorst-Dek

 

 

Pinksteren

Een droevig Pinksteren - R. Hoogerwerf-Holleman

Mensen willen feestvieren en gaan na gewaarschuwd te zijn de zee op die niet betrouwbaar is vanwege het weer. Het schip zinkt en een deel van de opvarenden komt om. Ds. Du Cloux waarschuwt de gemeente op Pinksterdag naar aanleiding van dit gebeurde dat ieder rekenschap moet geven van zijn of haar daden.

De nalezing beter - R. Hoogerwerf-Holleman

Het is in het voorjaar van het jaar 1943. De Pinksterdagen liggen weer achter ons. Het is vandaag warm geweest en de hitte van de dag hangt nog loom tussen de huizen in. Aan de Vliet in een Rotterdams stadsgedeelte staat een rij net­te burgerwoningen.

In een van de bovenhuizen woont Pietekee ‘t Hoen. Zij woont daar samen met haar broer Pieter, die enkele jaren ouder is dan zij. De beide be­jaarde mensen zijn onge­trouwd gebleven. Nadat hun ouders waren ge­storven zijn zij in het huis aan de Vliet blijven wonen. Maar wegens hun ouderdom kunnen ze niet meer weg. Daarom kijken ze uit naar bezoek.

Dan komt er een schipper met zijn dochter. Dat wordt een goed bezoek om te horen over de kennis van heilige Geest, uitgestort op Pinksteren

 

Pinksteren 1940 - R. Hoogerwerf-Holleman

Knelia woonde in Rotterdam toen de stad door de Duitsers gebombeerd werd. Al was ze stokdoof, toch was het kind van God die veel volk des Heeren op bezoek kreeg.

Tijdens zo’n gezelschap werd de stad gebombardeerd. Al maande men haar haar huis te verlaten, toch deed ze dat niet. Ze wist zich in de Schuilplaats des Allerhoogsten. Hoe liep dat af?

 

Vrije verhalen voor jong en oud

Jozef leeft nog - M. Quist

Dominee Verlaat is ziek, maar mag geloven dat hij weer mag gaan preken. Zijn geloof wordt niet beschaamd.

 

Geloof jij in de Zoon van God? - M. Quist

Anneloes tobt met haar geestelijk leven. In de trein krijgt ze een evangeliste naast haar, die haar bemoedigt.

 

10. Twee uur precies

M Quist

Lia gaat op bezoek bij haar broer in Afrika. Ze maken een rit met de auto en dan gaat ze apart van het stel wandelen, maar raakt in paniek en verdwaald. Op haar gebed krijgt ze moed dat ze over twee uur geholpen wordt. Ze vindt een huis en die mevrouw ontfermt zich over haar. Het is dan twee uur later. Voor jong en oud! Prachtig verhaal

 

‘Hè, hè…’ Met een zucht gaat Lia in de schaduw van een grote boom zitten. Wat is het warm. Ze is te lui om iets te doen. Nou ja, ze mag ook wel eens lui zijn heeft Truus gezegd.

Truus is Lia’s schoon­zusje. Een half jaar geleden is Truus met Ruud Lia’s broer getrouwd. Dat was in Holland. Nu wonen ze in Afrika. Wat is dat een verhuizing geweest! ‘t Is ook niet naast de deur.

Truus en Ruud hebben een gezellig huis. Het staat tussen bomen, struiken en bloemen. Ze hebben, met z’n drietjes, al heel wat uren in de tuin doorgebracht. Truus en Ruud zijn toch wel aardig voor Lia. Lia was nooit uit zichzelf mee naar Afrika gegaan. Maar de dokter vond het beter dat Lia eens een poosje ophield met leren. Ze heeft te hard aangepakt. En nu wil het niet meer.

De dokter heeft haar wel moed ingesproken. Hij zei: ‘Je zult eens zien, als je een poosje in een andere omgeving bent en je komt tot rust dan gaat het weer veel beter! Dan begin je gewoon weer opnieuw.’

Vader en moeder vonden dit plan ook goed. Aan al die dingen zit Lia te denken. Soms verlangt ze wel naar huis hoor. Gelukkig krijgt ze geregeld post. Ook van haar vriendinnen. ‘s Zondags gaan ze naar de kerk. De taal van de meeste mensen is anders. Het Afrikaans klinkt grappig. Maar als je in de kerk luistert, hoor je dezelfde inhoud uit de Bijbel.

Vorige zondag is er over het gebed gepreekt. Wat heeft Lia geluisterd. Ze is ook geschrokken. Geschrokken van zichzelf. Wat is het echte bidden anders dan zij altijd gedacht heeft. Lia heeft al zo vaak uit gewoonte gebeden. Voor en na het eten. Voor en na het slapen gaan. Maar eigenlijk moet je veel meer bidden. Je leven moet een biddend leven zijn. Je mag de Heere alles vragen en vertellen. Je zult heus niet alles krijgen, waar je om vraagt, dat heeft ze wel be­grepen. Want de Heere geeft alleen dat wat Hij goed vindt. Dat is naar Zijn wil. ‘Heere, leer me bidden’, zucht Lia.

Dat vroegen de discipelen ook eens aan de Heere Jezus, zei dominee. En toen leerde de Heere Jezus het aller volmaaktste gebed, Het ‘Onze Vader’.

Dominee zei het in het Afrikaans op. ‘So moet julle dan bid: Onse Vader wat in die hemele is, laat U Naam geheiligd word; Laat U koninkrijk kom; Laat U wil geskied, Soos in die hemel net so ook op die aarde; Gee ons vandag ons daaglikse brood; En vergeef ons onse skulde, soos ons ook ons skuldenaars vergewe; En lei ons nie in versoeking nie, maar verlos ons van die bose. Want aan U behoort die koninkrijk en die krag en die heerlikheid tot in ewigheid. Amen’. In dit gebed staat alles wat nodig is. Nodig, voor het leven in de tijd, maar ook wat er nodig is om de Heere te leren kennen. Die je zonden kan vergeven en je een wel-ge-luk-za-lig leven kan en wil schenken. ‘t Heeft indruk op Lia gemaakt.

‘Heere, geef me, uit genade, een biddend leven’, zucht ze nog eens. Haar ogen worden vochtig. Zou de Heere naar haar willen luisteren? Wat zou dat een wonder zijn. Zou Lia nou uit zichzelf met deze gedachten lopen, of laat de Heere haar zo denken?

Hè, ze schrikt op. Ineens staan Truus en Ruud naast haar. ‘Wat is er?’

‘Och niets, ik zit te denken’, zegt Lia. ‘Zeg, zullen we een eindje gaan toeren’, zegt Ruud, ‘‘k Heb nu tijd. Dan zie je nog eens wat, van het land.’

‘Goed.’ Lia springt op.

Ruud rijdt de auto voor. ‘Instappen dames.’

Lia ziet een paar donkere gezichten achter het huis. Het zijn Bantoes. Mensen die hier geboren zijn. Ze schudden eens met hun hoofd. Nee, autorijden zijn ze niet gewend. Ze lopen liever.

Ruud zoekt onbekende wegen. ‘t Is prachtig. Je ziet begroeide bergen, onbekende bloemen, hoge en lage struiken. En dan ineens weer een wijd uitgestrekte vlakte. De grond is hier heel anders gekleurd dan in Holland. Het lijkt op rood zand, stop … Ruud zet de auto aan de kant.

‘Zullen we hier maar een eind gaan wandelen?’ vraagt hij.

‘Gaan jullie maar samen’, zegt Lia, ‘ik heb wel zin om een eindje alleen te gaan.’

‘Toe, ga met ons mee, zeggen Ruud en Truus. ‘Je verdwaald in deze vreemde omgeving.’

‘Ben je mal, zegt Lia, ik vind de auto wel terug hoor’.

‘Nou vooruit dan maar.’ Lia heeft wel eens meer buien dat ze alleen wil zijn. ‘Niet te ver hoor’, zegt Truus’.

‘Nee’, roept Lia lachend terug. ‘Pas maar op dat jullie niet verdwalen’.

Ieder gaat zijn eigen weg. Heerlijk denkt Lia. Hier heb je ruimte om te denken en te kijken. Wat is Afrika een mooi land. ‘t Is wel erg, dat er zoveel mensen wonen die nog niet weten wat er een levende God is. Maar er wordt hier gelukkig ook aan zending gedaan. Lia staat stil. Maar … daar moet ze dan ook voor bidden. Ze gaat even aan de kant van de weg zitten, vouwt haar handen en vraagt: ‘Heere, leert U ook alstublieft de Bantoes, die U nog niet kennen, tot U bidden’.

En ze zegt er weer achter: ‘En ook mij…. ook mij Heere…. Zegen anderen, maar ook mij….’ Kom, ze loopt verder. Ineens staat ze bij een splitsing van wegen. Welke zal ze nemen? Het weggetje rechts lijkt haar mooi. Even achterom kijken. Ja, bij deze struik, met die mooie roze bloemen moet ze straks weer terug. Onthouden. Denkend loopt ze verder. He, wat hoort ze? Woef ... Woef … Oei, hondengeblaf. Of … zouden het wolven zijn? Waar komt het geluid vandaan? Wat wordt ze bang. Ze keert zich ineens om en holt terug. In paniek rent ze voorbij de rozenstruik. Ze rent verder en verder. Dan staat ze weer stil. Het geluid is weg. Maar … waar is ze? Ze ziet zoveel zijpaden. Welke moet ze nemen om de weg terug te vinden? Ze weet het niet. Hoort ze voetstappen? Ja, er komen een paar Bantoes aan. Zal ze aan hen de weg terug vragen? Ze durft. De Bantoes kijken vriendelijk. ‘Moet ik deze kant naar de hoofdweg?’ vraagt Lia.