Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Deel 01 ~ De Vleermuis

Deel 01 ~ De Vleermuis
Model: 9789076466025
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 14,95
Excl. BTW: EUR 14,95
Aantal:  
Deel 01 ~ De Vleermuis

De Vleermuis, W. Schippers

 

Frans Veder komt al jong alleen op de wereld te staan. Zijn vader overlijdt na een val als sjouwerman in de haven. Zijn moeder wordt slachtoffer van een cholera-epidemie.

Na het sterven van zijn beide ouders wil niemand zich over de ondeugende Frans ontfermen. Tenslotte is het de rijke boer, Kees Soerenburg, die hem als knecht onderdak geeft in zijn grote schuur boven de paardenstal.

Als Frans in de ogen van Kees Soerenburg onhandelbaar blijkt te zijn, dreigt hij de verstotene in een weeshuis op te laten nemen. Zal iemand zich nog over hem willen ontfermen?

 

De auteur, Willem Schippers (1867-1954), behoort tot de meest geliefde schrijvers van vorige eeuw. Ook heden ten dage worden zijn boeken nog zeer gewaardeerd. 

 

1. Op de Otterhoeve

2. Duisternis en licht

3. Betere tijden

4. Alleen op de wereld

5. Een tegen allen - allen tegen een

6. Op de vlucht

7. Onder veilig dak

8. Niet naar het weeshuis

9. Op de goede weg

10. Ernstige uren

11. Een korte reis met verstrekkende gevolgen

12. Schitterende vooruitzichten

13. Eeuwigheidslicht

14. Allen voor een – een voor allen

 

 

1. Op de Otterhoeve

 

Het was een droge, warme zomer; zó droog en zó warm, dat de oudste boeren van het dorp zéér ver moesten terugzien op de lange levensweg om zich een zomer te kunnen voorstellen als deze. Nu begon de hemel echter tekenen van verandering te vertonen. Ervaren weerkenners voorspelden dat als de wind nog maar iets terugliep, de kans op regen of onweer zeer groot was.

Voor de zware, ijzeren poort van zijn hoeve stond Kees Soerenburg. Zijn koude, grijze ogen tuurden opmerkzaam naar het zuidoosten, waar de vluchtige, licht gekleurde wolkenkopjes voortdurend in aantal toenamen. Steeds scherper tekenden zij zich af tegen het harde blauw van de lucht.

Soerenburg was het toonbeeld van een stevige boer, zoals hij daar stond in zijn overhemd, met de beide duimen in de armsgaten van zijn zwartlaken[1][1] vest. Het was zondagmorgen, voor kerktijd. Straks, over een kwartiertje, zou Soerenburg zijn jas gaan aantrekken om bij het eerste klokgelui met de boerin en hun veertienjarige dochter kerkwaarts te gaan.

‘Wat denk je ervan, baas, zou er wat nattigheid komen?’ vroeg een boerenknecht, die op een sukkeldrafje te paard de stoffige weg kwam afrijden. Hij hield zijn klepper even in om de boer naar diens mening te vragen over het vooruitzicht op regen. Kees Soerenburg stond immers bekend als een man die van veel dingen verstand had.

Nog even richtte de boer zijn blik naar het zuidoosten, voor hij antwoord gaf op de vraag van de knecht. Toen zei hij bedaard: ‘Ik kan me vergissen, Janus, maar als we een bui krijgen, zal het in elk geval niet vóór de middag zijn. Voor een directe weersverandering is de lucht veel te sterk. Maar nog eens, Janus, ik kan me vergissen.’

Een ogenblik later draaide Soerenburg zich om en op zijn gemak drentelde hij de poort in, zijn erf op.

 

’t Was een mooie bezitting. Toen hij hem van zijn vader erfde, had hij de oude, bouwvallige schuur laten afbreken om hem veel groter te laten opbouwen. En het bleek nodig te zijn geweest. De jonge boer bracht, toen hij door het overlijden van zijn vader de handen vrij kreeg, de boerderij tot groter bloei dan toen de oude, gierige boer de zaken nog beheerde.

Kees was lang vrijgezel gebleven. Zijn vader wilde beslist dat als zijn enige zoon ooit trouwde, het in elk geval met een rijke boerendochter zou zijn. En aangezien de rijke boerendochters niet bepaald voor het grijpen waren, moest Kees lang uitkijken voor hij een partij gevonden had die genade kon vinden in de ogen van de oude Soerenburg. Tenslotte was Kees dan toch getrouwd en zijn vrouw, hoewel niet zo rijk als de oude boer het wel gewenst had, was niet onbemiddeld.

Of hun huwelijk gelukkig was? Zolang de oude boer leefde zeker niet. Tot het laatst van zijn leven bestuurde hij de hoeve en op allerlei manieren probeerde hij zijn schoondochter naar zijn hand te zetten. De jonge boerin, die een heel andere natuur had dan Kees, verzette zich echter met hand en tand tegen iedere aanmatiging van de oude boer.

Tenslotte was de onverbiddelijke dood tussenbeide gekomen. De oude man, die van het leven nooit iets anders gevraagd had dan geld en die altijd zijn hele omgeving voor zijn ijzeren wil had doen bukken, was gestorven en met de nodige plechtigheid begraven, maar zonder eigenlijk door iemand te worden betreurd.

Wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien! Jakob Soerenburg had nooit iets anders gezaaid dan koude zelfzucht. Kon men van zijn zoon iets anders verwachten? Als Kees Soerenburg in een andere omgeving was grootgebracht, zou hij mogelijk een mildere opvatting van het leven hebben gekregen. Nu was echter voor hem ook voor een groot deel het hoofddoel van zijn bestaan om geld te verzamelen.

In het dorp stond hij bekend als een bekwaam en kundig man, die veel invloed had. Velen zaaiden geen koren en maaiden geen klaver, als Kees het nog niet deed. De boer van de Otterhoeve was voor velen ook de raadsman in de meest verschillende aangelegenheden. En al was Soerenburg wat afgemeten en stijf in zijn manier van doen, dit moest men van hem getuigen: dat hij nooit bepaald onvriendelijk of afstotend was. Men durfde hem dan ook wel wat te vragen.

Hij was lid van zowel het kerkbestuur als de gemeenteraad. Beide zaken hadden hem in de loop der jaren nogal invloed verschaft. Direct voordeel had hij niet van zijn verschillende baantjes, maar het streelde zijn trots dat hij daartoe verkozen werd. In de grond van zijn hart was de boer van de Otterhoeve een trots man, maar zó, dat eigenlijk niemand het opmerkte. Trouwens, nooit vergunde hij een ander een blik vanbinnen. Niemand zag ooit vreugde of droefheid, woede of medelijden op dat onbewogen, altijd kalme en strakke gezicht.

 



 

 

[1][1] Laken: effen, geweven wollen stof.