Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop
Naar DeRamshoorn.nlDawid is een Joodse jongen van zestien jaar. Hij is enig kind en komt uit een streng orthodox gezin. Als enige van zijn familie ontsnapt hij aan de Holocaust. Hij is er getuige van dat zijn ouders en andere familieleden worden vermoord.
We volgen hem op zijn ontsnappingstocht om aan de opsporing door de nazi’s te ontkomen. Onderweg ontmoet hij verschillende christenen die hun leven voor hem en andere Joden op het spel zetten. God gebruikt hen om hem tot Christus te brengen. Daarnaast heeft hij veel ontmoetingen met mensen die, elk op hun eigen manier, slachtoffer zijn van de nazi’s. Zij delen hun levensverhaal met hem – en daarmee ook met ons. Soms hangt zijn ontsnapping aan een zijden draadje. Door Gods wonderlijke leiding vindt hij na een spannende tocht uiteindelijk veiligheid in Zwitserland.
Deel 2. Dawid in de tunnels van Hamas
Vanuit Zwitserland vertrekt Dawid na de oorlog naar Israël. Daar maakt hij de oprichting van de Joodse staat van nabij mee en deelt hij in de zware strijd die daarvoor nodig is. Met bewogenheid zet hij zich in voor anderen: er ontstaat een tehuis van hoop voor slachtoffers van de Holocaust. Als arts bewijst hij velen een grote dienst.
In zijn persoonlijke leven ontvangt hij ook de zegen van een gezin. Hij krijgt een dochter en later een kleinzoon. Deze kleinzoon krijgt dezelfde naam als hij: Dawid. Tussen grootvader en kleinzoon groeit een bijzondere geestelijke band. Op hoge leeftijd – hij is dan 96 jaar oud – woont Dawid in een kibboets vlak bij de Gazastrook. Tijdens de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 wordt hij gedood. De jonge Dawid wordt als gijzelaar meegenomen naar de tunnels van Hamas. In die periode ondergaat hij zware beproevingen, maar er zijn ook bijzondere ontmoetingen en momenten waarop hij de boodschap van het Evangelie mag uitdragen. Uiteindelijk volgt zijn vrijlating. Daarna ervaart hij een roeping om het Evangelie onder zijn volk te verkondigen.
Beide boeken zijn bedoeld voor de oudere jeugd en volwassenen. Ze bevatten veel historische gegevens verpakt in een boeiend verhaal van Joodse jongen - Dawid - die aan de holocast ontsnapt, maar op hoge leeftijd door Hamas wordt gedood. Zijn kleinzoon die dezelfde naam draagt komt in de tunnels van Hamas terecht en wordt later als gijzelaar uitgeruild.
Hoofdstuk 5 uit deel 1. Als beesten
Nog enkele weken lijkt alles gewoon door te gaan. Dawid maakt zijn voedseltochten met meer of minder succes. Zijn ouders houden zich bezig met hun studie en hun memoires.
Maar dan, op een sabbatmorgen, gebeurt het. ’s Morgens om zes uur. Hij ligt nog op bed. Hij hoort rondom het huis het geblaf van een hond. Er wordt gebeld en op de deur gebonkt, maar voordat die kan worden opengedaan, wordt die al ingetrapt.
Hij weet: zijn ouders liggen nog op bed, in hun slaapkamer naast die van hem. Daar hebben ze ook hun schuilplaats, heel vernuftig. Maar een speurhond zal die ontdekken.
Hij hoort geluid in de slaapkamer naast de zijne. Hij wil naar zijn ouders toe vliegen, maar hij weet dat vader dat absoluut niet wil. Hij kan niets voor hen doen, anders zullen ze hem ook doodschieten of meenemen.
Onmiddellijk komt hij zijn bed uit. Hij legt zijn dekbed keurig recht. Hij hoort ze al de trap op stormen. Maar zijn slaapkamer is op slot. Die moeten ze intrappen.
Hij kruipt onder zijn bed, opent het luikje en glijdt lenig naar beneden. Zijn hart bonst in zijn keel. Een grote angst maakt zich van hem meester.
Hij komt in een donkere ruimte waar hij zich niet verder kan oprichten dan op zijn ellebogen. Maar het is voldoende om naar de muur te schuifelen. Daar zitten de luchtgaatjes. Daar vindt hij ook een zaklantaarn, maar die gebruikt hij nu niet.
Hij hoort hoe ze op de deur van zijn slaapkamer trappen, en ook op die van zijn ouders. Vader en moeder zijn vast al in hun schuilplaats: een grote linnenkast tegen de muur, met aan de achterkant een onzichtbare deur. Die geeft toegang tot een kleine ruimte tussen twee muren.
Want vader heeft zelf een muur naast de bestaande laten metselen. In die schuilplaats kunnen twee mensen staan of hurken, niet meer. Er zijn luchtgaatjes in de buitenmuur. Er is voedsel en water. Het is een plek waar ze, als het moet, dagenlang kunnen blijven.
De overvallers zijn nu in beide kamers. Die geven de indruk verlaten te zijn; de bedden zijn onbeslapen. Hij hoort hoe ze de kastdeur open trappen, maar ze vinden niets. De hond is nog beneden.
Dawid houdt zijn adem in. Zouden ze weer weggaan? Maar dan hoort hij ineens de hond blaffend de trap op rennen. Het dier komt in zijn slaapkamer en jankt en krabt op de vloer, precies waar hij onder ligt. Natuurlijk ruikt het beest hem - daarvoor is hij getraind.
Ze snappen er niets van. Er móét hier iemand zijn; dat beest gaat zo te keer. ‘Zoek! Zoek!’
Ze schuiven zijn bed opzij en stampen overal op de vloer. Maar het luikje is zo kunstig verborgen dat ze het niet ontdekken. En de vloer klinkt overal hol. Waar ze ook zoeken, zijn schuilplaats vinden ze niet.
Maar nu gaat de hond de andere kamer binnen. Ook daar gaat hij tekeer. Hij duikt regelrecht de openstaande kast in, springt op tegen de wand. Dawid ziet het als het ware voor zich gebeuren. Hij houdt zijn adem in.
Hij hoort de hond blaffen en krabben tegen de achterkant van de kast. Dan hoort hij hoe de kast wordt weggeschoven. Ze beginnen tegen de muur te kloppen. De hond blijft springen en blaffen, precies op de plaats waar zijn ouders zitten.
Dan geeft een soldaat ineens een keiharde trap tegen de muur en de deur begeeft het. Ze schreeuwen: ‘We hebben ze!’
De hond duikt naar binnen en begint zijn vader te bijten. Hij hoort zijn vader roepen. Het gillen van zijn moeder snijdt als een mes door zijn ziel. De hond probeert hen naar buiten te trekken.
Hij hoort een ruwe stem: ‘Komm heraus!’