Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Van kind tot kind (deel 1: oude testament)

Van kind tot kind (deel 1: oude testament)
Model: 9789076466262
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 9,95
Excl. BTW: EUR 9,95
Aantal:  

Deel 1. Van kind tot kind, MJ Ruissen

Bevat verhalen uit het Oude Testament

In totaal bevatten de 4 delen in totaal: 52 woordzoekers, kleurplaten en verhalen.

Zeer geschikt voor gezinnen met kinderen, scholen en verenigingen. Goede besteding voor elke zondag.

Auteur(s): 

M.J. Ruissen, deel 1, 2

Andre Boeder deel 3, 4

Kleurplaten: Mw Bart-Nieuwenhuize

Puzzels: Diny van Leeuwen-van Haaften

Ter inleiding

 

Dit lees-, puzzel- en kleurboek is bedoeld om de Bijbelse boodschap van zonde en genade, verlorenheid en behoud aan kinderen te vertellen. Bovendien is herhaaldelijk de spits naar het kinderhart zelf gemaakt. Wij achten dit zeer noodzakelijk! Het verhoogt de waarde van deze uitgave.

Toegegeven, er zijn reeds verschillende kinderbijbels. Voor jongere en voor wat oudere kinderen. Het voordeel van deze nieuwe serie, bedoeld voor de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs, is echter dat elk hoofdstuk voorzien is van een bijbehorende kleurplaat en een puzzel rondom het behandelde thema. Dit geeft mogelijkheden voor de zelfwerkzaamheid van de leerlingen. Natuurlijk behoort de nadruk te liggen op de overdracht van de bijbelse waarheden. Maar als tevens het kind zelf betrokken kan worden bij de verwerking hiervan, is dat alleen maar positief.

Door deze opzet is de serie ook zeer geschikt voor gebruik thuis, in het gezin. En ook op de zondagsschool kunnen deze boekjes heel goed gebruikt worden. Vandaar: “Neem en lees".

We hopen van harte dat Gods zegen op deze uitgave mag rusten. Wat zou het een wonder zijn als de Allerhoogste ook dit geringe middel zou willen gebruiken om door Zijn Geest Zijn Woord te leggen in het kinderhart. Daar gaat het uiteindelijk om.

Dat de Heere deze serie ‘Van kind tot kind’ zou willen gebruiken tot vervulling van hetgeen we lezen in Psalm 72 vers 9:

 

            De stedelingen zullen bloeien,

            Gelijk het malse kruid,

            Zijn naam en roem zal eeuwig groeien.

            Ook zal eeuw in, eeuw uit,

            Het nageslacht Zijn grootheid zingen,

            Zolang het zonlicht schijn'.

            Hun zal een schat van zegeningen,

            In Hem ten erfdeel zijn.

 

Ds. W.J. Karels, Hardinxveld-Giessendam

 

 

Week 1                -                  DE ZONDEVAL            -        Genesis 2 en 3

 

In een hele mooie tuin loopt een man. Het is Adam, de eerste mens. Hij woont in de hof van Eden, die ook wel het paradijs wordt genoemd.

Kijk eens wat daar gebeurt! Er komen twee dezelfde beesten, waarvan er één manen heeft, naar hem toegelopen. Vlucht Adam weg, omdat het gevaarlijke roofdieren zijn? Nee, hij laat ze rustig bij zich komen en legt zijn arm om hun halzen. "Jullie heten leeuwen”, zegt Adam. En tegen andere dieren die ook naar hem toekomen, zegt hij: “Dat zijn tijgers en dat beren.”

Om de beurt komen al de beesten en ook de vogels naar Adam toe en Adam geeft ze allemaal een naam. Hij let daarbij goed op hun aard en gedrag. Voor geen beest hoeft hij bang te zijn, want heel de schepping is in vrede. Niet een dier zal een ander kwaad doen.

Adam weet het: in zes dagen heeft God op Zijn machtswoord de hemel en de aarde geschapen en alles wat erin is. Als laatste schiep God hem uit het stof van de aarde. Hij, Adam, heeft van God de adem in zijn neusgaten gekregen om zijn Schepper te kennen en groot te maken. Die taak heb jij ook, want ook jij bent een kind van Adam.

 

Adam krijgt een vrouw

Wat de eerste mens opvalt, is dat al de dieren steeds met z’n tweeën zijn: een mannetje en een vrouwtje. Maar hij, Adam, is alleen. Hij heeft niemand die op hem lijkt.

God weet dat ook en zegt: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik zal nog iemand scheppen, die de man helpen kan.” Hij laat een diepe slaap op Adam vallen. En terwijl Adam slaapt, maakt God zijn lichaam open en haalt een rib uit zijn zijde. Daaruit bouwt Hij een vrouw.

Dan wordt Adam wakker. Als hij zijn ogen opendoet, geeft God de vrouw aan Adam. Wat een groot geschenk krijgt hij nu. Als Adam haar ziet, roept bij blij: “U lijkt op mij. Ik noem u ‘Manninne’ omdat u uit de man genomen bent.”

 

Het proefgebod

Adam en Manninne trekken samen op. Ze hebben elkaar even lief als zichzelf. En van de Heere houden ze het meest. Samen wandelen ze door de hof van Eden, die de Heere geplant heeft. Ook werken ze in de hof. Maar dat kost Adam en Eva geen moeite. Ook zijn ze nooit ziek. Wat zijn ze gelukkig!

Adam neemt zijn vrouw, die ook wel Eva wordt genoemd, mee en laat haar alles zien. Hij zegt hoe hij de dieren genoemd heeft en brengt haar ook bij het heldere water van de rivier, die in de hof ontspringt. Ze kunnen zien hoe de rivier zich splitst in vier rivieren, die een zegen over de wereld brengen. Het zijn de Pison, de Gihon, de Hiddékel (de Tigris) en de Frath (de Eufraat).

Dan neemt Adam Eva mee naar het midden van de hof en vertelt: “We mogen van alle bomen van de hof zoveel eten als we willen. Ook van deze boom, de boom des levens, mogen we de vruchten plukken en opeten. Deze boom is er het bewijs van dat we, als we de Heere gehoorzamen, het eeuwige leven zullen verdienen. Hij heeft onze liefde tot Hem op de proef gesteld, want van die andere boom mogen we niet eten. Die boom heet ‘de boom der kennis des goeds en des kwaads’. Als we daarvan eten zullen we sterven. Dat heeft de Heere Zelf gezegd.”

Eva wil net als Adam God gehoorzamen. Ze zeggen tegen elkaar: “Van deze boom zullen we nooit eten. We hebben de Heere oprecht lief en zullen Hem altijd trouw blijven.”

 

De val

Op een keer komt Eva alleen langs de boom der kennis des goeds en des kwaads. Ze blijft staan, want haar aandacht wordt getrokken door de slang die ineens tegen haar gaat praten. De slang is in haar ogen een verstandig dier en ze is benieuwd wat de slang te zeggen heeft.

“Is het zo”, begint de slang, “dat jullie van niet één boom in deze hof mogen eten?”

“We mogen overal van eten, behalve van deze boom. Die mogen we niet eens aanraken. Als we het toch doen, wacht ons de dood”, zegt Eva.

“Ik weet zeker dat jullie niet zullen sterven als je van die boom eet”, zegt de slang op besliste toon. “Weet u wat er zal gebeuren? Jullie zullen juist even wijs en gelukkig worden als God. Maar God wil dat verhinderen. Daarom heeft Hij jullie verboden van deze boom te eten. Geloof mij en eet met een gerust hart van deze vrucht. Jullie zullen dan aan God gelijk zijn.”

Wat erg dat Eva luistert. Daar begint de zonde.

Eva’s ogen dwalen af naar de sappige vruchten. Als ik daarvan eet, zal ik verstandig zijn, denkt ze. Eva gelooft de satan.

Ze steekt haar hand uit en plukt de vrucht. De korte weg naar haar mond is zo afgelegd. Zij eet! Direct zoekt ze Adam op en geeft hem ook van de verboden vrucht. Smekend zegt ze tegen haar man: “Adam proef eens van de boom der kennis des goeds en des kwaads. We zullen als God zijn, kennende het goede en het kwade. De slang heeft het zelf gezegd.”

Het is alsof Eva tegen Adam zegt: “Laat mij niet alleen in de zonde. Dat kan ik niet verdragen.”

En Adam? Weigert hij? Nee, ook hij neemt van de verboden vrucht en eet!

Nu voelen Adam en Eva voor het eerst in hun leven wat het kwade is. Ze krijgen pijn in hun hart. O, wat zijn ze nu bang. Ze durven niet eens naar elkaar te kijken, want ze ontdekken dat ze naakt zijn. Snel plukken ze grote vijgenboombladeren en maken er schorten van, waarmee ze hun lichamen bedekken.

 

Hoor eens. De wind ruist in de bomen! Dat betekent: de HEERE is onderweg. Hij zoekt hen. De takken slaan tegen elkaar. Adam en Eva doen de handen voor de ogen en vluchten naar het donkerste deel van de hof. Dicht tegen elkaar gehurkt kruipen ze tussen de struiken weg. Zo bang zijn ze.

“Waar bent u?” God weet hen te vinden. Nu zijn ze verloren. Bevend komen ze tevoorschijn.

“Ik hoorde Uw stem in de hof, maar ik was bang. Ik ben naakt, daarom was ik weggekropen”, zegt Adam.

“Wie heeft tegen u gezegd dat u naakt bent? Hebt u soms van die boom gegeten, waarvan Ik gezegd heb, dat u daarvan niet eten mocht?”

“Dat is niet mijn schuld”, zegt Adam, “maar Uw schuld. U gaf mij deze vrouw en zij heeft mij van die boom te eten gegeven. Dus ik kan er niets aan doen.”

De Heere wendt Zich nu naar Eva. “Hoe bent u ertoe gekomen dit te doen?”

“Die slang heeft mij bedrogen en toen heb ik gegeten.”

Daarop spreekt de Heere tegen de slang: “Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt. Voortaan zult u op uw buik kruipen.”

Maar de Heere straft niet alleen de slang. Ook de satan die de slang misbruikte om Adam te laten vallen, moet weten dat hij het niet gewonnen heeft. “Satan, u hebt de ondergang van de mensen op het oog gehad. U wilde ze meesleuren in het verderf, dat u te wachten staat. En de mensen hebben vriendschap met u gesloten. Maar ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw. Uit haar zal de Heere Jezus geboren worden. Hij zal u de kop vermorzelen. Door Zijn sterven zal Hij u overwinnen en uw prooi afnemen.”

Dan spreekt God tegen Eva: “U zult met veel pijn en verdriet kinderen krijgen. Naar uw man zal uw verlangen zijn. Hij zal boven u staan. U zult hem volgen en gehoorzamen.”

En tegen Adam zegt God: “U hebt naar uw vrouw geluisterd en gegeten van de boom, waarvan Ik gezegd heb, dat u daar niet van zou eten. Daarom is de aarde vanaf dit ogenblik vervloekt. Tussen het kruid, waarvan u moet leven, zal onkruid staan. U zult hard moeten werken op het land. Overal zullen doornen en distels opschieten, die u uit de grond moet trekken. Dat werk zal u veel moeite kosten. In het zweet van uw gezicht zult u brood eten. Als straf op de zonde zult u moeten sterven. Ik heb u uit het stof van de aarde gemaakt, u zult tot stof terugkeren.”

En wat zegt Adam tegen zijn vrouw als de Heere weggegaan is? “Wees maar niet moedeloos. Er is nog hoop, hoor Eva. Uit jou zal de Verlosser geboren worden, Die de boze satan zal verslaan. In Hem ligt ons geluk. Al moeten we sterven, omdat we gegeten hebben van de boom der kennis des goeds en des kwaads, toch is er nog redding mogelijk voor verloren zondaren. Daarom zal ik jou voortaan Eva noemen, want dat betekent dat jij de moeder van alle levenden zal zijn. Uit jou zal de Levensvorst geboren worden en Hij zal ons redden.”

De Heere God komt naar Adam en geeft hun rokken van dierenhuiden. De schorten van de vijgenboombladeren trekken ze uit. Daarmee kunnen ze hun naaktheid niet bedekken. Voor hen werd een dier geslacht. Rechtvaardig hadden zij direct gedood kunnen worden, maar ze worden nog gespaard. Dit geslachte dier wijst heen naar de Heere Jezus, Die ook eenmaal Zijn bloed zou geven om hun zonden weg te nemen. Alleen door Hem zullen ze voor God kunnen bestaan.”

 

Uit het paradijs

Daarna zegt de HEERE God tegen Adam en Eva: “Ga direct weg uit het paradijs. Daarin mogen jullie nooit meer komen!”

Met gebogen hoofden en verslagen harten gaan Adam en Eva naar de uitgang. Al verder en verder lopen ze, tot ze het paradijs uit zijn. Donkere wolken drijven boven hun hoofden. Nog één keer kijken ze om. O, wat zouden ze graag terug willen.

Maar wat zien ze daar in de ingang van de hof? Twee geweldige engelen. Het zijn net mensen, maar ze hebben vleugels. In hun handen houden ze vurige zwaarden, waarmee ze slaande bewegingen maken. Dat is een vreselijk gezicht. Nu weten Adam en Eva het zeker: nooit zullen we nog één stap in het paradijs zetten. De weg naar de boom des levens is voorgoed afgesloten. De zaligheid kunnen we niet meer verdienen. Alleen genade zal ons kunnen redden. Die belofte gaat met deze zwervende mensen mee en geeft hun steun in het moeilijke leven.

Ook wij moeten sterven. De dood is de straf op de zonde. Wij hebben die straf verdiend. Want ook wij doen elke dag verkeerde dingen. Daarmee laten wij zien dat we kinderen van Adam zijn. Kan het nog goed komen met ons? Ja, alleen door de Heere Jezus. Hij is gekomen om de straf van de zonden van Zijn kinderen te dragen. Alleen als Hij jouw zonden vergeeft, hoef je niet meer bang te zijn voor de dood. Daarom moet je veel om een nieuw hart vragen! Als je dat krijgt, mag je na je sterven eeuwig bij Hem in het hemelse paradijs komen.

 

Zingen: Psalm 51:2 en 3

 

WOORDZOEKER bij de bijbelse geschiedenis uit GENESIS 1-3

 

Wegstreepwoorden:

 

AARDE                EVA(2x)              MAAN                          STOF

ADAM                          GOED                  MANNINNE                 VIJANDSCHAP

AVOND               GRAS                            MENS                           VISSEN

BEELD                 HEERSCHAPPIJ NAAKT                VOGELS

BEGINNE            HEMEL               NACHT                VROUW

BOOM                HOF                    RUST                            VRUCHT

DAG                    KENNIS               SCHEPPING                 WATER

DAMP(2x)          KOP                    SCHORTEN                  WOEST

DIEREN               KWAAD              SLANG                ZAAD

DOOD                 LEDIG                 SMART               ZEGEN

DUISTERNIS      LICHT                           STEM                            ZON

EDEN                            LUST                   STERREN            ZWEET

 

H

M

B

O

O

M

W

B

E

G

I

N

N

E

G

O

E

D

R

A

A

O

F

O

H

F

O

T

S

I

P

N

M

D

T

V

E

K

E

N

N

I

S

G

D

A

S

N