Ronaldtrilogie, AC Drost-Brouwer

Ronaldtrilogie, AC Drost-Brouwer
Model: 9789461151421
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 26,00
Excl. BTW: EUR 26,00
Aantal:  

Ronaldtrilogie (3 delen in een harde band van veelgevraagde auteur)

Ali C. Drost-Brouwer

 

Deel 1. Op weg naar morgen

Deel 2. Voorbij de horizon

Deel 3. Als een bloem in het gras

 

 

Deel 1. Op weg naar morgen

De muzikale Ronald krijgt verkering met en de lieftallige Rosalyn. Maar zij wordt door een ernstig auto-ongeluk uit het leven van hem weggenomen. Dit zet het leven van Ronald op een tweesprong.

 

Deel 2. Voorbij de horizon

Op het Waddeneiland Ameland ontmoet Ronald Sasja, die haar vriend Marcel door een ongeneselijke ziekte was kwijtgeraakt. Samen spreken ze over de vraag ‘Kan God Die zoiets droevigs doet gebeuren wel een God van liefde zijn?’

 

Deel 3. Als een bloem in het gras

Tussen Ronald en Sasja ontstaat een steeds hechtere liefdesband.

 

 

Hoofdstuk 1

 

‘Raad eens wie er op onze uitvoering komt spelen, nou wie...?’ Hoog klinkt haar meisjesstem en triomfantelijk kijkt ze het tafeltje rond. Ze heeft luid moeten spreken, want het ge­roezemoes in de zaal is, zoals altijd tijdens de pauze van de zangvereniging, enorm. Even wacht ze, om de spanning te verhogen. Dan jubelt ze extra luid: ‘Ronald van der Vinne. Echt waar!’

Aan een tafeltje achter haar draait een blond hoofd zich een kwartslag om, om dan weer haastig voor zich te kijken.

Rosalyn Jaght heeft de naam verstaan en haar gedachten zijn nu niet meer bij het gesprek dat aan haar eigen tafeltje gevoerd wordt. Ze wervelen om die ene naam: Ronald...

Zou het dan toch waar zijn, die opmerking van haar broer Jaap onlangs? Ze had er niet veel aandacht aan geschonken. De jon­gens zeggen zo vaak zotte dingen en plagen is vooral Jaap tot een tweede natuur geworden, lastig soms, maar ongevaar­lijk. Wat had hij ook alweer precies gezegd? ‘Pantser je hart maar, zusje, want binnenkort loop jij je oude liefde weer tegen het lijf.’

Met de nadruk natuurlijk op dat oude, alsof vijf jaar leeftijds­verschil zoveel is.

‘Zeg Rosalyn, droom je? We moeten weer zingen. Kom op, meid, je kijkt of je ze ziet vliegen.’

Verschrikt kijkt Rosalyn haar vriendin aan en ziet dan dat de meesten het zaaltje al verlaten hebben om naar het repetitielo­kaal te gaan. Het sein van de dirigent is haar totaal ontgaan. Vlug staat ze op en samen lopen ze als laatsten de hal door naar het andere lokaal.

‘Je hebt het ook gehoord, hè?’ concludeert Erna met een steelse blik opzij. ‘Straks zal de voorzitter er wel meer van vertellen.’ Dan zijn ze in de zaal.

Het geroezemoes bedaart. De dirigent eist volkomen concen­tratie en mede hierdoor staat het koor muzikaal op een hoog peil. Maar Rosalyn is nu niet zo volkomen met haar aandacht bij de muziek als wenselijk zou zijn. Het is alsof ze achter de dirigent een ander ziet staan, lang, mager en met een flinke bos zwart haar dat alles wil, behalve in model liggen.

De mededeling die de voorzitter aan het eind van de repetitie doet, is kort, namelijk dat de oud-plaatsgenoot, de heer Ronald van der Vinne, toegezegd heeft zijn medewerking te verlenen aan de komende uitvoering. Zowel door begeleiding van het koor, als ook door solistisch[1] optreden.

Ogenschijnlijk onbewogen hoort Rosalyn de mededeling aan, inwendig blij dat ze niet onvoorbereid met deze naam geconfronteerd wordt. Want zelfs nu moet haar hart een tikkeltje harder bonzen.

 

Wanneer ze na het dankgebed in de hal hun jassen aantrekken is Ronald van der Vinne het onderwerp van gesprek.

‘Hé Rosalyn’, roept er een, ‘spreek jij hem nog wel eens?’

Het is of ze met spelden gestoken wordt. Ze wil alles, maar niet over Ronald praten. Met een paar passen is ze bij de deur, maar wanneer ze gehaast haar fiets uit het rek haalt, staat er plotseling iemand naast haar.

‘Rosalyn, ik rij zover met je mee.’

Ook zonder op te kijken weet ze wie er naast haar staat. Mark Wigtering, het tegenbeeld van Ronald. Blond, bij het rossige af, met een baard en een snor die hem nog staan ook. En een altijd vrolijk humeur. Van Mark heeft ze geen kwaad te vre­zen. Hij woont hier pas een paar jaar en fietst vaak naar huis met haar mee om nog wat met een van haar broers te bomen. Zelf heeft hij drie jongere zusjes, hoewel hij daar absoluut geen hinder van heeft. Zijn ouders wonen namelijk in Brabant.

Mark schijnt geen haast te hebben vanavond. Slechts langzaam gaan zijn lange benen rond.

‘Echt een gangetje voor bejaarden, zo bezadigd,’ spot Rosalyn.

‘Je ziet het verkeerd, ik houd alleen rekening met het zwakke geslacht.’ Het klinkt droog, maar met een plezierige grijns kijkt Mark, Rosalyn aan.

‘Oh jij, ik zou je kunnen kielhalen.’

Dan davert Marks lach over de stille landweg.

‘Jij reageert net als m’n zusjes, hup, zo bovenop de kast. Maar meid, het is toch veel te mooi weer om nu te gaan racen. Even relaxen hoor.’

‘Ik dacht anders dat jij de zang inspanning en ontspanning tegelijk vond,’ wijst Rosalyn hem terecht.

‘Dat is ook zo,’ geeft Mark grootmoedig toe, ‘maar vanavond had het eerste wel de overhand. Mensen, wat trok die Van Dam er weer aan. Je kunt wel merken dat de uitvoering al over vijf weken is. Tsjonge, wat vliegt de tijd toch. Voor je het weet ben je oud, Rosalientje.’

‘Altijd plezierig om te weten dat je het dan niet alleen bent.’

‘Eén nul voor jou.’

‘Zoals altijd,’ beaamt Rosalyn.

‘Nest,’ scheldt Mark zachtjes. Dan draaien hun fietsen het gintpad op.

 

[1] Een solist is een musicus die een aparte partij speelt of zingt.

 

[1] Een solist is een musicus die een aparte partij speelt of zingt.