Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Naar DeRamshoorn.nl

Digitale Kerstverhalen 2002

Digitale Kerstverhalen 2002
Model: n.v.t
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 5,00
Excl. BTW: EUR 5,00
Aantal:  

 

Digitale Kerstverhalen 2002

 

Lees dit eerst

Kerstverhalen in bijlage zijn allen auteursrechtelijk beschermd. Ze mogen alleen voor eigen gebruik worden benut. Doorzending is verboden. Wie deze verhalen bestelt conformeert zich aan deze voorwaarde.

 

Als u de verschuldigde 5 euro hebt overgemaakt naar gironummer 3195214 t.n.v. uitgeverij De Ramshoorn te Goes met vermelding Kerst 2002, vragen we u middels een mail dit te melden, zodat u niet hoeft te wachten op de Kerstverhalen.

 

Bestelstrook (zenden naar [email protected])

Ja, we:

0 hebben 5 euro overgemaakt naar 3195214 tnv uitgeverij De Ramshoorn, Goes

0 beloven de verhalen niet naar andere mailadressen te verzenden of anderszins te verspreiden.

0 vragen per omgaande Digitaal Kerstverhalenset2002 toe te zenden naar:

 

Naam: ......................................

Straatnaam: .........................

Postcode + Plaats: ................................. 

Mailadres: .................................................

 

 

Korte inhoud

1. Taxi-chauffeur Albert

Taxi-chauffeur Albert wordt overvallen en verliest daarbij bijna het leven. Een oude man mag het voor hem het middel zijn om vergeving te krijgen en te geven.

 

2. Het gevecht in de aula

Michael is een onverschillige jongen die zijn godvrezende moeder door de dood was kwijtgeraakt. De ontmoeting met Thirza en haar kerstoptreden in de aula van de school wordt het middel van zijn omkeer.

 

3. Kerstfeest op kamer 15

Kim die aanvankelijk tijdens de Kerstdagen als verpleegster niet wil overwerken, kom in een contact met een ernstig zieke patiënte die getuigenis mag geven van de hoop die in haar is. Dat maakt diepe indruk op haar.

 

4. Omi domi

Peter wiens vader en moeder de kerk de rug hebben toegekeerd, wordt door zijn oma – die ook wel omi domi wordt genoemd – gewezen op het heil in Christus. De Heere werkt een begeerte naar het Woord en later mag hij als predikant het Kerstevangelie preken.

 

5. “Ik sloeg u uit liefde…”

Rob van Santen is gescheiden en heeft een nieuwe relatie met Chantal. Zijn enige zoon komt één keer per week een nachtje logeren, maar merkt dat Rob eigenlijk geen aandacht voor hem heeft. Dit krijgt mede door een ernstig ongeluk en een kerstfolder een wending ten goede.

 

1. Taxi-chauffeur Albert

 

Albert zit wat achterover geleund in zijn Mercedes. Saaie dag vandaag, maar ja het leven van een taxi-chauffeur gaat ook niet altijd over rozen. Alhoewel, de goeie tijd is weer aangebroken. Het weer is kouder en natter geworden. Mensen nemen dan sneller een taxi.

Hij werkt al weer een jaar of 12 voor zijn taxi-baas. Het bedrijf floreert ondanks de vele concurrentie. Zijn chef zegt dat het komt, omdat hij zijn personeel manieren heeft aangeleerd. Dat is iets waardoor de klanten op de lange duur overstag gaan voor een bepaald bedrijf. Ach, wie weet, denkt Albert, als ik hier maar kan blijven werken en elke maand mijn salaris gestort krijg.

 

Albert pakt zijn pakje shag en draait het zoveelste sjaggie deze morgen. Maar kijk, net als hij zijn sigaretje wil aansteken, komt er een oud baasje op zijn auto aflopen. Hij staat vlak voor zijn portier. Albert drukt op een knopje en het raam gaat naar beneden. De oude man zegt: “Dag heer, belieft het u mij ergens naar toe te brengen?”

“Zeker, meneer, daar ben ik voor. Ik zal u er even inlaten.”

Albert loopt met de oude baas naar de andere kant van zijn wagen en houdt beleefd het portier voor hem open.

“Gaat het, of wilt u even een sterke arm van mij?”

“Nee, nee, zo oud ben ik nog niet, maar misschien wil je straks even helpen met die band om m’n lijf, want dat is me te ingewikkeld.”

“Tuurlijk meneer, als u even op uw prachtige jas past, dan sluit ik uw portier.”

“Zeker, gaat uw gang, meneer chauffeur.”

Even later zitten ze beiden in de auto.

“Waar gaat de reis heen ‘edelachtbare’?” vraagt Albert droog.

“Naar mijn vriend Kees Reiers.”

“En waar woont die beste man, als ik het u vragen mag?”

De oude man noemt het adres en snel manoeuvreert Albert zijn wagen door het drukke verkeer van de grote stad.

“U rijdt hier zeker vaker”, merkt de oude man op. “Dat heeft u snel door meneer”, lacht Albert.

Als ze ergens op een kruispunt staan en het verkeerslicht op groen springt, wil Albert de weg opdraaien. Maar net voordat hij op wil trekken, schiet er een zwarte wagen voor hem langs. Die was natuurlijk door rood gereden. Nog net kan Albert stoppen. Van de schrik, maar ook van boosheid vanwege het roekeloze rijgedrag van zijn mede-weggebruiker vloekt hij.

“Ja sorry meneer, maar ik schrok me ik weet niet wat. Van mijn chef mag ik niet vloeken, want daar kun je klanten mee kwetsen zegt hij. Excuses.”

“Wees niet bang, ik zal het niet doorgeven aan uw chef, maar ik zal het wel doorgeven aan mijn eigen Chef en ik zal vragen of Hij het u vergeven wil.”

“Pardon, hoe bedoelt u dat? Wie is uw chef dan wel niet?”

“Mijn Chef is de God van hemel en aarde, meneer chauffeur en Hij heeft het vloeken ten strengste verboden. Hij heeft echter beloofd dat ieder die berouw van zijn zonden heeft, vergeving kan krijgen. Zou u dat willen, meneer chauffeur?”

Nu schiet Albert in de lach en zegt: “Nou u bent de eerste die me dat vraagt. Maar om eerlijk te zijn, ik geloof niet in God, maar sorry dat ik u gekwetst heb.”

Terwijl ze verder rijden praten ze er nog wat over door en uiteindelijk vraagt Albert: “U bent zeker met dat geloof opgevoed, of niet?”

“Nee, dat denken ze bijna allemaal. Ik heb het geloof van mijn vader en moeder niet bepaald meegekregen en ik zal u vertellen dat ik pas op mijn vijftigste tot bekering ben gekomen. Nu ben ik alweer 83. Maar weet u hoe dat kwam? Omdat op mijn vijftigste verjaardag iemand uit mijn familie tegen me zei: ‘Mooi Bart, al die Abraham- poppen, maar als je het geloof van Abraham niet hebt, ga je toch verloren.’ Toen schold ik hem uit voor een schijnheilige betweter, maar die woorden leken me te achtervolgen, en nog voor ik 51 werd, heb ik de God van Abraham leren kennen. Als ik dit boek niet had leren kennen (en hij pakt zijn zakbijbeltje uit zijn binnenzak en houdt het Albert voor) was ik een ongelukkig man geweest en zou mijn sterven rampzalig zijn. Kijk, jongeman, (als ik dat zeggen mag) dàn kun je de dood vrijmoedig in de ogen zien en zeggen: Ik ben bereid om God te ontmoeten. Mensen verbeelden zich soms heel wat, maar soms, als de dood opeens heel dichtbij is, je de dood als het ware recht in de ogen kijkt, dan… ja wat dan?”

Met een schok houdt de Mercedes stil voor het juiste adres.

“O, we zijn er. Wat mag ik u betalen meneer chauffeur?”

“Kijkt u maar op mijn meter, meneer pastoor.”

De oude man lacht, en zegt: “Als het u belieft! Koop van de rest maar een bloemetje voor uw vrouw.”

“Bedankt meneer en aangezien ik het voorrecht heb vrijgezel te zijn, ga ik daar straks lekker een patatje van halen, enne… nog bedankt voor de preek! Ben ik u daarvoor trouwens nog wat verschuldigd?”

“Mij niet, Hem wel”, zegt de oude en hij wijst naar Boven.