Boekhandel webshop

Op zoek naar een boek buiten de uitgeverij? Bezoek onze vernieuwde boekenwebshop

Er kan wegens corona ook besteld worden en opgehaald op afspraak

Naar DeRamshoorn.nl

Dl. 11 Gods Woord houdt stand, R. Hoogerwerf-Holleman

Dl. 11 Gods Woord houdt stand, R. Hoogerwerf-Holleman
Model: 9789461150493
Beschikbaarheid: Op voorraad
Prijs: EUR 15,95
Excl. BTW: EUR 15,95
Aantal:  
Dl. 11 Gods Woord houdt stand, R. Hoogerwerf-Holleman

Gods Woord houdt stand, Strijd tussen Gomaristen en Arminianen tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621)

R. Hoogerwerf-Holleman

Deel 11 historische verhalenserie, gepland DV september. Abonneeprijs 9,95 per deel.

 

Katrien, de vrouw van boer Garijp, heeft het moeilijk. Haar man, een rijke boer in Hillegersberg bij Rotterdam, is een felle Remonstrant. Het liefst wil hij zijn trouwe knechten Rutger en Kleis ontslaan, omdat ze Contra-remonstranten zijn. Maar het zijn betrouwbare arbeiders en Katrien merkt aan hun levenswandel dat ze de Heere oprecht dienen. Dat kan ze van haar man niet zeggen.

Een gesprek met Rutger is het middel om haar aan haar ellendestaat te ontdekken. Niet door goede werken, zoals de Remonstranten leren, maar alleen door de verdienste van Christus uit genade kan de zaligheid geschonken worden.

Tot woede van haar man wordt Katrien een volgeling van Gomarus, terwijl hij zelf de leer van Arminius aanhangt. Wanneer de raadspensionaris Van Oldenbarnevelt waardgelders aanstelt om de Contra-remonstranten te vervolgen, is voor Prins Maurits de maat vol. Hij ontslaat de waardgelders en sluit Van Oldenbarnevelt op in de gevangenis.

Er komt een Nationale Synode in Dordrecht (1618-1619). Vijf artikelen tegen de Remonstranten worden vastgesteld en de Bijbel wordt opnieuw vertaald. De Heidelbergse Catechismus wordt het troostboek van de kerk.

 

Langs de Rotte, een riviertje dat langs het Hillegebied stroomt, staat de Hillehoeve van boer Garijp. Dat is een boerderij met vele bijgebouwen en stallen. Zomaar, midden tussen de weilanden en de daaraan grenzende graanakkers, verheft zich het stevige boe­renhuis met het rieten dak. Nu, eind juli van het jaar 1618, staan de koren-, gerst- en roggevelden rijpend in de hete zon.

Het is tegen de oogsttijd en veel boeren zijn al begonnen om het maaigereedschap na te kijken. Is de zeis wel scherp genoeg? Zijn de sikkels wel in orde?

Boer Garijp wil dat er deze middag al begonnen wordt met het maken van een looppad langs de slootkanten. Dan kunnen de maaiers morgenochtend direct aan de slag. ’t Zijn losse arbeiders, die de eigenaar van deze landerijen voor dit werk heeft aangetrok­ken.

Rutger, de vaste knecht, die anders samen met Kleis, de daglonersjongen, het werk klaart, geeft nu leiding aan een hele groep ingehuurde arbeiders. Hij moet de gang van zaken regelen. ’t Is hem best toevertrouwd, vindt de Hilleboer.

Het water van de Rotte[1] is glashelder en stroomt zacht kabbelend in de richting van de stad Rotterdam. Van de overkant, waar het groene gras weelderig groeit, bulkt een koe. In de verte grazen wat schapen. Ze blaten om beurten, lijkt het wel. Een roep van een vogel schijnt een antwoord te zijn op het klaaglijk keelgeluid van de lammeren, die de oude dieren namekkeren. In de verte blaft een hofhond. Het is hier op de Hillegronden best uit te houden.

 

De Hillegondakerk, die eerst aan de Rooms-katholieke Kerk behoorde, is nu in bezit van de Hervormden. Deze kerk werd in 1500 gebouwd.

Hillegersberg had al direct nadat Rotterdam voor de Prins van Oranje gekozen heeft, een Hervormde gemeente gesticht. Dat is al jaren geleden gebeurd. In het jaar 1572 had de Hervorming grote vorderingen gemaakt hier in deze stad.

Zo’n veertig jaar gele­den was hier voor de waarheid gevochten en ze zijn bevrijd van het Spaanse juk. Het schrikbewind, door Alva in dit land uitgevoerd, hebben zij afgeworpen en er was vrijheid voor in de plaats gekomen. Vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord, de Kerk bloeide en velen werden toegebracht tot de gemeente die eenmaal zalig zal worden.

Toen Willem van Oranje in het jaar 1584 laaghartig werd vermoord, was Prins Maurits voor hem in de plaats gekomen. Hij was eveneens een strijder voor vrijheid van godsdienst. Onder zijn regering waren al grote delen van ons vaderland van de Spanjaarden verlost.

Parma, die landvoogd was onder Filips II, moest vaak het veld ruimen en hij zag zijn positie steeds meer achteruit gaan. Filips, de vorst van het grote Spaanse rijk, zag wel in dat het zo ten slotte op een compleet verlies van zijn Hollandse bezittingen zou uitlopen. Hij wilde een wapenstilstand. Eigenlijk wilde de Spaanse koning vrede sluiten. Vrede met vele voorwaar­den. Holland moest zijn handel met Oost-Indië stopzetten en de roomsen moesten hun godsdienst houden. Het was toen 1609.

Maar dat wilden de protestanten, met aan het hoofd de Prins van Oranje, niet doen.

Ten slotte heeft Van Oldenbarnevelt, samen met de Staten van Holland, toegestemd in het Bestand. De wapens zouden tijdelijk worden neergelegd.

 

Johan van Oldenbarnevelt (1549-1619)

 

Prins Maurits was het er niet mee eens. Hij zag donkere wolken ko­men aandrijven. Er broeide al geruime tijd een godsdiensttwist. Arminius, een hoogleraar in de theologie aan de universiteit van Leiden, leerde aan zijn studenten een grote dwaling. Het ging over de leer van de uitverkiezing. God had de mensen uitverko­ren om hun geloof en om hun goede werken.

Gomarus, ook een hoogleraar te Leiden, kwam hiertegen op. Zodoende ontstonden er allerlei toestanden, waardoor er ver­deeldheid onder de burgers werd gekweekt.

 

Prins Maurits zag de bui al hangen. Om nu een wapenstilstand met Spanje te sluiten ...? In die tijd van vrede zouden de godsdiensttwisten nog meer verergeren. De verdeeldheid onder de mensen zou nog meer toenemen. Bovendien zou Spanje gelegenheid genoeg krij­gen om zich sterk te maken. Waar moest dat heen? Maar de landsadvocaat Van Oldenbarnevelt, die tevens voorzitter was van de Raad van State, kreeg het Bestand erdoor en Prins Maurits moest zich daarbij neerleggen. Arminius stierf in het jaar van het Bestand ... maar zijn volgelingen hadden zijn leer aange­nomen. Die vrijewildrijvers wilden dat zij het voor het zeggen kregen in de kerk.

Zij dienden het jaar daarop, in 1610, een verzoekschrift of Remonstrantie in. Daarom werden die Armini­anen voortaan Remonstranten genoemd. Dat lieten de volgelin­gen van Gomarus er niet bij zitten. Zij streden voor de waarheid en dienden in 1610 ook een Remonstrantie in. Een contra-­remonstrantie. De volgelingen van Gomarus heetten voortaan: ‘Contra-remonstranten’.

Dominee Trigland en dominee Plancius stonden aan de zijde van deze laatste groep. De Remonstranten begonnen de Contra-remonstranten te vervolgen en zij namen brutaal hun kerken af. Die vervolgde kruisgemeenten vergaderden toen in schuren en kelders. Soms moesten zij uren lopen langs onbegaanbare wegen om ergens in het verborgene hun samen­komsten te houden. Hun dikwijls beslijkte en bemodderde kleren en schoenen bezorgden hen de naam van: ‘De Slijkgeuzen’.

Wat verschrikkelijk ... zo kortgeleden vervolgd door de Spaanse inquisitie, nu worden zij vervolgd door hen die eens ook de zuivere leer aanhingen; door hun eigen landgenoten.

 

 

[1] De veenrivier de Rotte begint bij Moerkapelle (bij de molen) en stroomt via de Rottemeren, langs Bleiswijk en Bergschenhoek (woonkern De Rotte) tot aan Stadsdriehoek van Rotterdam waar de Rotte overgaat in het Stokviswater. In 1270 werd een 400 meter lange dam in de Rotte gelegd, om het Maaswater buiten te houden. Het Rottewater kon via sluizen in de dam vrij uitstromen. De dam, die vrijwel onmiddellijk bebouwd werd, vormt de oorsprong van Rotterdam. Na verloop van tijd werd deze dam Hoogstraat genoemd.