Loura van den Berge - Goudzwaard

Loura van Berge, wonend in ‘s Gravenpolder, net onder de ganzenstad van Zeeland, Goes. Ze is nog maar kort aan het schrijven, maar heeft inmiddels toch al een drietal boeken op haar naam staan.
We zochten haar op en zij stak van wal.........

Kunt u iets vertellen over uw jeugd / opleiding etc. ?

Ik ben geboren in 1969 in het dorpje Oosterland wat ligt op het eiland Schouwen Duiveland. Ik heb 1 broer en 1 zus. We woonden op een boerderij in de polder (mijn ouders Foto van Loara van den Berge - Goudzwaardwonen er nog) wat ik vroeger niet leuk vond, omdat ik altijd op de fiets naar school moest. Door weer en wind! Wat was ik blij toen ik zestien was en een Puch kreeg. Op de boerderij hadden we veel dieren, koeien, kippen, varkens, honden en katten, en zelfs een ezel hebben we gehad. Dat was wel heel erg leuk. Ik heb op de basisschool in Oosterland gezeten en later ging ik naar de Prins Maurits in Middelharnis. Daar heb ik drie jaar Havo en 1 jaar Mavo gedaan. In die volgorde, dus je begrijpt wel dat ik niet zo mijn best deed. Wel heb ik er veel plezier gehad!
Na deze school heb ik nog wat losse cursussen gedaan voor verkoopmedewerkster. Uiteindelijk ben ik boekhouder geworden. Vanaf 1987 werk ik op hetzelfde kantoor. Nu nog parttime, want ik ben getrouwd met Jan, en we hebben twee zoons, Kees (1992) en Jos (1995).

Las u vroeger al veel?

Ja, ik heb ontzettend veel gelezen. Op Oosterland was geen bibliotheek, daar kwam de bibliotheekbus. Ik denk dat ik alle boeken daar wel gelezen heb. Gelukkig kon je er ook boeken aanvragen, daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Ik las werkelijk alles, van detectives tot romans en alles wat er tussen zit. De bibliothecaris kende me al, en hield soms boeken voor me apart. Zodra ik binnen kwam riep hij me, en gaf me dan een hele stapel boeken. “Ik dacht, dat is echt wat voor Loura’, zei hij dan. En dat was meestal ook zo!

Wat waren uw hobby’s?

Natuurlijk lezen, zodra ik maar even de kans had zat ik met mijn neus in een boek. Ik zat ook op orgelles, daar had ik ook heel veel plezier in. En verder is er in de polder natuurlijk een hoop te beleven. Ik ging ook vaak bij de zeedijk kijken, daar woonden we niet zo ver vandaan. De zee trekt me nog steeds heel erg. Daarom zal ik zomaar niet uit Zeeland vertrekken!

Wat waren uw lievelingsboeken?

Om er een paar te noemen: de kostschoolboekjes van Enid Blyton, De Olijke Tweeling van Arja Peters, Dik Trom, De Kameleon, stripboeken, Arendsoog, Joop ter Heul van Cissy van Marxveld en ook de andere boeken van deze schrijfster, en nog veel meer. Op latere leeftijd Agatha Christie en Simon Carmiggelt. Ik houd van literatuur, zoals Marga Minco (verplicht lezen voor school en nooit mee gestopt), van detectives, en om in slaap te vallen lees ik streekromans, die zijn heerlijk ontspannend. En wat ik ook ‘graag’ lees: beschrijvingen over WO II, van overlevenden van concentratiekampen e.d. De oorlog fascineert me, vooral de holocaust. Ik zal meteen een geheimpje verklappen: ik ben druk bezig aan een boek waarin dat onderwerp centraal staat, voor de oudere jeugd en volwassenen.

Wanneer begon u met schrijven?

Dat is nu ongeveer twee jaar geleden. Het is allemaal begonnen met een kerstverhaal. Voor een onderwijzer had ik een kerstverhaal geschreven wat hij op het kerstfeest 2003 heeft verteld op school. Dat was een succes! Precies in die tijd stond er een oproep van uitgeverij ‘de Ramshoorn’ in de Terdege, waarin gevraagd werd om kerstverhalen te mailen. Na veel wikken en wegen (ik stuur het wel, nee, toch maar niet, of wel…enz) heb ik de stoute schoenen aangetrokken en dat verhaal opgestuurd. Ik had er buikpijn van! Het is best eng om je eigen gedachtespinsels aan het ‘grote publiek’ prijs te geven. Die buikpijn had ik niet hoeven hebben, want ik had de volgende dag al bericht terug, en nog positief ook! Dhr. Ruissen van de uitgeverij heeft me verder begeleid, en me aangezet tot het schrijven van jeugdboeken. Daar is de serie van De Drie uit ontstaan. Inmiddels zijn daar drie delen van verschenen, en het is de bedoeling dat in de zomer 2006 het vierde deel verschijnt, daar wordt nu hard aan gewerkt. Het is misschien wel leuk om hierbij te vertellen dat ik hulp heb van “De School met de Bijbel” uit Sommelsdijk. Groep 7 en 8 hebben mee helpen denken waar het vierde deel over zou gaan. Degene die het beste idee heeft verzonnen komt met zijn of haar naam in het boek voor! Ik noem nog geen namen, want de school heeft zelf de uitslag nog niet gehad. Daar zitten ze nog in spanning!

Hoe ontstaan uw boeken?

Net als bij elke auteur: goed luisteren en om je heen kijken, kranten lezen, op het Internet dingen opzoeken. En natuurlijk gebruik ik soms ook dingen die mijn eigen kinderen meegemaakt hebben. Ze zeggen dat ze dat niet leuk vinden, maar volgens mij zijn ze er stiekem toch wel trots op!
Als ik een idee heb, dan ga ik er een poosje op ‘broeden’. Ik zoek dingen op die ermee te maken hebben, en verzin er dan nog van alles bij. Ik praat er ook veel over met mijn man, die heeft soms net een andere kijk op bepaalde dingen, of een toepasselijk idee, waar ik dan dankbaar gebruik van maak.
Als ik de verhaallijn in mijn hoofd uitgedacht heb, maak ik een hoofdstukindeling. Vooral als het een detectiveachtig boek is, zoals bij De Drie en de bende van de Sjacheraar, dan is dat nodig om niets te vergeten. Dan kruip ik achter mijn laptop en schrijf achter elkaar alles op. Soms gaat het verhaal anders dan ik van te voren bedacht heb en moet ik de hele hoofdstukindeling weer aanpassen. Wat ik de ene dag heb geschreven lees ik de volgende dag weer over en dan verander ik vaak nog wat. Omdat ik Zeeuwse ben en Zeeuws praat, is dat zeker wel nodig. In het Zeeuws heb je een andere woordvolgorde dan in het Hollands. Als ik het dan teruglees, moet ik soms lachen om de rare zinnen die ik geschreven heb.
Als het manuscript klaar is, gaat het naar de uitgever. Die brengt, als het nodig is, correcties aan en stuurt het weer terug naar mij. Ik verbeter en verander de boel en stuur het weer terug. Vervolgens gaat het naar een Neerlandicus die het corrigeert en de verhaallijn ook nog controleert. Zo gaat het manuscript een paar keer heen en weer, tot we allemaal tevreden zijn.

Voor welke leeftijd schrijft u het liefst?

Tot nu toe heb ik voor de jeugd vanaf groep 5/6 geschreven, wat ik heel erg leuk vindt. Ook heb ik een kerstverhaal voor volwassenen geschreven, daar kun je weer wat meer van jezelf in kwijt. Ik ben nu bezig aan een boek voor de jeugd vanaf 16 jaar. Het leuke daaraan is dat je volwassen taal kunt gebruiken, wat het automatisch ook geschikt maakt voor volwassenen.
Tim, Niels en Louise, de hoofdpersonen uit ‘De Drie’, worden wel in elk boek ouder. Elk boek wordt dikker dan de vorige, en de verhalen ook wat spannender.

Krijgt u veel reactie uit uw lezerspubliek?

Ja nou! Het wordt steeds meer! Ik krijg vooral e-mail van kinderen die een boekbespreking willen doen en info vragen. Ook op straat word ik wel aangesproken en krijg ik zomaar complimentjes uitgedeeld. Leuk hoor! Kinderen uit mijn woonplaats of de omgeving komen soms aan de deur voor een handtekening in hun boek. Bij signeersessies komen veel kinderen een praatje maken en vertellen dan dat ze de boeken zo leuk vinden, of spannend, of dat ze er niet in konden stoppen, of dat de meester of juf er uit voorleest op school. Dat hoor ik graag natuurlijk!
Voor de kinderen die info willen of zomaar willen mailen, hier is mijn e-mail adres: [email protected]

Waarom schrijft u?

Het idee dat kinderen plezier beleven aan mijn verhalen vind ik erg leuk. Bovendien is het goed dat kinderen lezen, want van lezen leer je veel. En wat ik ook zeker heel belangrijk vind: ik schrijf christelijke boeken. Dat wil zeggen, dat het boek aansluit bij de belevingswereld en de thuisomgeving van een christelijk gezin. Het geeft dus ook herkenning bij veel kinderen. Een christelijk boek mag ook leuk zijn, je hoeft je niet te schamen omdat je bidt voor je eten en dat je naar de kerk gaat. In mijn boeken beleven heel gewone christelijke kinderen een spannend avontuur. Ik vind het fijn om deze dingen samen te laten gaan en om de kinderen op deze manier die boodschap mee te geven.

Waar schrijft u het liefst?

Het klinkt misschien wel gek, maar ik schrijf gewoon aan de eettafel midden in de kamer. Voor mijn concentratie is het wel fijn als iedereen dan zijn mond houdt, maar dat lukt meestal niet. Het makkelijkste gaat het toch wel als de kinderen naar bed zijn, en mijn man verdiept is in een dik boek. Lekker stil om me heen!

Hebt u tips voor andere schrijvers?

Dat vind ik nu een lastige vraag! Ik ben nog niet lang genoeg bezig om adviezen uit te delen, denk ik. Ik kan wel vertellen waar ik zelf veel van geleerd heb en nog leer. Het is belangrijk dat je hulp en aanwijzigen krijgt van je uitgever of redacteur. Ook vind ik het heerlijk dat er mensen zijn die proeflezen. Bij mij zijn dat (natuurlijk) mijn kinderen, mijn man en mijn ouders. Als de jongens zitten te wachten bij de printer op het volgende hoofdstuk, hoef ik me geen zorgen te maken of het verhaal pakkend is. Mijn man geeft me taalkundig advies en checkt de verhaallijn, mijn ouders vinden alles even geweldig wat ik schrijf en zijn heel trots op me, wat ook een drijvende kracht is. En dan heb ik nog een stel vrienden, Petra en Cornie, die opbouwende kritiek leveren.
Zonder deze mensen om me heen zou het een stuk moeilijker zijn! Dus een bedankje vanaf deze plaats!